‘Opleiden is een vak!’

Het recent verschenen SSR- handboek De professionele praktijkopleider maakt duidelijk hoe belangrijk de praktijkopleiding is bij de vorming van magistraten. ‘Opleiden is een vak! Geen klusje dat je erbij doet’, aldus Diederik Greive, directeur Opleidingen SSR.

Het nieuwe handboek, digitaal en op papier, biedt een gezamenlijk denk- en werkkader voor de honderden opleiders bij de gerechten en parketten. Het boek bundelt zowel bestaand materiaal als nieuwe informatie over allerlei aspecten van het opleiden. Het is bedoeld voor startende opleiders, maar het kan ook de ‘oude rotten in het vak’ stof geven tot nadenken. ‘Aan zo’n gemeenschappelijk referentiekader was duidelijk behoefte, en het is ook noodzakelijk bij het waarborgen van onze kwaliteit van opleiden’, meent Greive.

Totaalplaatje

‘De opleiding tot magistraat vraagt in al haar facetten om professionaliteit van alle mensen die er aan deelnemen. Het is een totaalplaatje, waarbij alle kanten van de opleiding, zowel het theoretische gedeelte als het praktische, waarbij men leert op de eigen werkplek, van uitstekend niveau zijn. Met dit handboek krijgen de praktijkopleiders een gestructureerde, praktische handreiking die hen zal ondersteunen bij het vervullen van die belangrijke taak’, vertelt de directeur.
Hij ziet het handboek ook als een ‘statement’. ‘Praktijkopleiders doen hun opleidingswerk nog steeds naast hun ‘gewone’ werk als rechter of officier van justitie. Velen van hen voelden, en voelen, dat als een ‘understatement’ van het belang van het werk. Ik begrijp dat volledig. Meewerken aan de opleiding en vorming van onze toekomstige rechterlijke macht is geen klusje dat je even tussendoor doet. Dat doet te kort aan de fundamentele rol die de opleiders spelen, en aan de vele kennis en inzichten die daarvoor nodig zijn. Zo moeten opleiders op de hoogte zijn van allerlei, soms bijna filosofische, onderwijskundige aspecten en de onderwijsvisie van SSR. Zij zullen zich moeten verdiepen in de eigenschappen van de nieuwe generatie leerlingen.

En, heel belangrijk, zij zullen ook steeds bij zichzelf te rade moeten gaan door welke overtuiging zij zelf gedreven worden bij de vorming van de leerlingen. Tussen opleiders en leerlingen bestaat geen meesterknechtrelatie meer. De leerlingen van nu hebben een grote eigen verantwoordelijkheid. Dat betekent dat de opleider moet kunnen loslaten, en doordrongen dient te zijn van het besef dat ook hij of zij onderdeel is van een leerproces. Dat alles vereist nogal wat van de opleider. Ook over dat soort kwesties wordt in het boek gesproken’, aldus Greive.

Geen ‘bijbel’

‘Hoe nuttig het nieuwe handboek ook is, het is géén bijbel’, benadrukt Greive. Zoals hij ook in het voorwoord schrijft, levert het boek geen complete en volledige hoeveelheid informatie die nodig is voor een opleider. Opleiden is een dynamisch proces, en de praktijk is aan veranderingen onderhevig. ‘Van die ervaringen uit de praktijk willen wij graag op de hoogte gebracht worden, zodat er altijd actuele aanpassingen gedaan kunnen worden – in het boek, of bij bijeenkomsten, themadagen of activiteiten van rechtbanken en parketten. Dan kan een netwerk ontstaan dat opleiders en de opleidingen ondersteunt en inspireert’, aldus Diederik Greive.

Voor meer informatie over het handboek kunt u contact opnemen met J.Koornstra@ssr.nl.
U kunt ook een digitale versie van het handboek aanvragen.

Terug naar het nieuwsoverzicht