Nieuwe lector familie- en jeugdrecht: Gea Brands-Bottema

In september startte Gea Brands-Bottema bij SSR als lector familie- en jeugrecht bij SSR. Na ruim drie maanden ‘binnen’ te zijn, vroeg SSR Actueel naar haar bevindingen in deze nieuwe rol.

Je bent in september begonnen als lector familie- en jeugdrecht. Wat neem je mee uit je eerdere loopbaan als universitair docent en als kinderrechter?

Gea Brandts Bottema“Veel praktijkervaring, dus kennis, wat je als kinderrechter nodig hebt om dit vak goed uit te oefenen. Mijn rode draad – ook als docent – is altijd geweest: het jeugd- en familierecht. Op de universiteit gaf ik in de doctoraalfase filosofie van de mensenrechten. Ik heb altijd gepubliceerd op het terrein van het jeugdrecht. In 1997 heb ik zittingservaring kunnen opdoen als handelsrechter. Dat was een beetje mijn achterstand, ik had geen enkele praktische proceservaring. Dus ik dacht: laat mij maar los op handelsgeschillen, dan leer ik het goed, en ga ik daarna wel naar familie.”

Waar ga je vooral op inzetten als nieuwe lector?

“De vraag hoe we cursussen kunnen ontwikkelen waarin we de zittingsvaardigheden jaarlijks bijhouden en updaten vind ik een belangrijk item om me mee bezig te houden. We hebben natuurlijk goede cursussen, zoals Conflictdiagnose, die belangrijk zijn voor zittingen in het familierecht. Op welke manier kunnen partijen in beweging worden gezet om het geschil dat ze hebben op te lossen? Zijn mensen geholpen met een beslissing, met mediation of onderzoek van de Raad van Kinderbescherming? Of hebben de ouders eerst hulp nodig? Je krijgt natuurlijk dossiers, maar op zitting gebeurt het echte werk. Daar zijn vaardigheden voor nodig, om de goede vragen te stellen, en een goede attitude. Juridische kennis is onontbeerlijk, maar in dit soort geschillen is het minstens zo belangrijk dat je bij de ouders weer bewustwording creëert over hun gezamenlijke ouderschap. Die mensen moeten zelf het ouderschap weer op zich nemen.”

Je bent bij veel projecten betrokken en staat bekend als kinderrechter met hart voor de zaak. Hoe ga je als lector de verbinding leggen tussen SSR en de gerechten?

“Ik zie mezelf inderdaad als verbindende factor. Het leuke is dat ik naast lector op dit moment ook landelijk projectleider ben voor de implementatie van het nieuwe Jeugdstelsel. Die combinatie is eigenlijk de ideale positie op het moment: je hebt vanuit de projectgroep goed verbinding met de werkvloer én met de docenten. Met de stafjuristen van het Landelijk Stafbureau, enkele kinderrechters en SSR hebben we diverse leermiddelen ontworpen om de wetswijzigingen in te laten dalen bij de collega’s.”

SSR is samen met deze projectgroep begonnen met 17 cursussen over de stelselherziening. Wat neem je als projectleider mee naar het lectorschap?

“Ik weet hierdoor hele praktische dingen. Bijvoorbeeld: dat je de data ruim van tevoren duidelijk moet hebben als je cursussen aanbiedt. Anders zijn de zittingsroosters klaar en kun je dat nog heel lastig inplannen. We hebben dat vanuit de projectgroep op een alternatieve manier gedaan en tegen rechters gezegd: deze zes weken willen we met een team docenten deze cursussen verzorgen, jullie mogen twee data aangeven waarin je die binnen je gerecht wil laten geven. Van bijna alle gerechten kregen we data door en die konden we honoreren. Daar hebben we docenten bij gezocht. Dan ben je erg klantvriendelijk bezig toch.”

Corrie ter Veer adviseerde haar opvolgers hun rol van ‘liaison officers’ verder uit te bouwen. Hoe zie jij dat?

“Ik vind het lectorschap een mooie positie om de werkvloer de tools aan te reiken die ze nodig hebben. Je zit dan in de ideale positie om cursussen te helpen ontwerpen. Daarnaast zit ik ook nog steeds in de expertgroep jeugdrechters. Een paar keer per jaar komen we met alle vertegenwoordigers van het jeugdrecht bij elkaar, en daar hoor ik wat voor wensen er leven. Ik vind het heel mooi dat als lector te kunnen vertalen in het aanbod van leeractiviteiten. Een grappig voorbeeld: ik lees alle stukken van de landelijke vergadering van voorzitters van de familiesector en dan zie ik dat er behoefte is aan een cursus over de bijzondere curator. Dat bespreek ik dan met onze senior cursusmanager Barbara Admiraal en die kent docenten die soortgelijke cursussen geven voor de advocatuur. Dus wij aan de slag, contact gelegd met de docenten, terwijl het officiële verzoek nog moest komen. Toen kon ik zeggen: dat programma hebben we al grotendeels klaar!”

De nieuwe Jeugdwet treedt op 1 januari in werking. Tijdens ronde tafel gesprekken dit najaar sprak je met staatssecretaris Teeven over de Transitie & Transformatie van Jeugdzorg. Wat verwacht je van de uitvoering nu gemeenten verantwoordelijk worden?

“We vinden het allemaal heel spannend. De goede wil is er zeker bij alle ketenpartners, ook bij de gemeenten. Ik hoop dat het gaat lukken, de voorbereidingstijd is vrij kort geweest. Teeven sprak over ‘oliemannetjes’ die in het begin wellicht nog nodig zijn, als leden van de projectgroep zijn wij ook dat soort oliemannetjes. Onze mail staat open, we zijn heel laagdrempelig. Mensen die vragen hebben kunnen me bellen en mailen. Het is sowieso een spannende tijd. We zijn ook druk bezig met het bouwen van wizards: programma’s waarmee de administratie op een snelle manier standaardbeschikkingen kan genereren. We hebben nu bijna vijftig verschillende beschikkingen laten maken. Dat levert per beschikking zeker een kwartier tijdwinst op. Dat moet 1 januari gaan lopen. Het is heel spannend of dat voor alle gerechten goed gaat. Voor mijn persoonlijke ontwikkeling vind ik het mooi om in zo’n dynamische omgeving als SSR te mogen werken. Dat klinkt misschien als een reclametekst, maar ik meen het. Ik leer zelf ook een hoop bij!”

 

Terug naar het nieuwsoverzicht