Wetenschappers en rechters nemen slachtoffer onder de loep

Neem slachtoffers serieus, maar schep niet te veel verwachtingen. Dat was vrijdag 6 januari één van de geluiden in de SSR-bijeenkomst ‘Duik in het diepe: over de bejegening van slachtoffers in de rechtszaal. Een dag lang wisselden wetenschappers en rechters gretig ervaringen uit. “Ik ben benieuwd hoe u dit in de praktijk aanpakt.”

“U neemt een duik in het diepe”, zo sprak  SSR-bestuursvoorzitter Rosa Jansen de twintig rechters en raadsheren in Utrecht toe. Het SSR-zaaltje moet lachen om het beeld dat ze ter introductie toont: een jolige foto van een traditionele nieuwjaarsduik ergens in Nederland. Mannen en vrouwen in zwempak, getooid met frivole oranje mutsen. Het thema van vandaag is beduidend minder frivool, vervolgt Jansen. “De wereld van dader en slachtoffer. Wat maakt dat een slachtoffer op zitting op de juiste wijze behandeld wordt? Ik ben zeer benieuwd wat deze spannende ontmoeting tussen onderzoekers en rechters gaat opleveren.”

Duik in het diepe, zaal

 

Meer aandacht slachtoffer

Uit recent onderzoek blijkt dat rechters en rechters in opleiding (Rio’s) menen dat daders en slachtoffers in de rechtszaal dezelfde hoeveelheid aandacht verdienen van de rechter. Op een schaal van 10 ligt de ideale score voor beide groepen tussen de 7 en de 8. Een gelijkheid die in de praktijk ook wordt waargemaakt, vinden de rio’s en rechters. Heel anders denkt de Nederlandse bevolking hier over, vertelt Jansen. De burger vindt dat de rechter het slachtoffer substantieel meer aandacht dient te geven dan de dader: een score van 8,2 tegenover 6,5. In de praktijk ziet de bevolking deze verschillende benadering niet terug: beide groepen score daar een 7,5. “Dat is de maatschappelijke discussie”, stelt Jansen: “Moeten we meer oog hebben voor het slachtoffer en minder voor de dader?”

Onderbuik of feiten?

De aandacht voor de verdachte komt vooral aan bod in de eerste twee bijdragen van de workshop: wetenschappers Peter Mascini en Frank van Tulder ontleden de verdachte vanuit een respectievelijk kwalitatieve en kwantitatieve benadering. De statistieken vertellen niet het hele verhaal, betoogt Mascini, Duik in het diepe, Peter Mascinihoogleraar Empirisch juridisch onderzoek aan de Erasmus Universiteit. “Cijfers isoleren te veel oorzakelijke factoren zoals geslacht en etniciteit. Het gaat om de samenhang van deze factoren in de praktijk.” Die praktijk is vaak genuanceerder, laat hij zien met een reeks voorbeelden uit de rechtszaal. Het betuigen van spijt door de verdachte bijvoorbeeld is voor rechters een belangrijke reden voor strafvermindering. Alleen maakt het nogal uit hoe oprecht deze spijt overkomt. Diverse rechters in de zaal herkennen dit: “Als een verdachte zijn spijt betuigd zonder empathie voor het feit dat het slachtoffer een week in het ziekenhuis gelegen heeft, neem ik dat minder serieus”, reageert de één. “Het is toch ook een kwestie van je onderbuik: is het oprecht of niet”, vult de ander aan. Een derde rechter beweert het andere uiterste: “Wij nemen geen intuïtieve beslissingen, maar vonnissen puur op basis van feiten en omstandigheden.”

Duik in het diepe, Frank van TulderOok Van Tulder, onderzoeker bij de Raad voor de rechtspraak, bekijkt het graag nuchter. “Ik baseer me liever op doe-gedrag dan op zeg-gedrag.” Die daden vindt hij terug in de cijfers over misdaad en daderschap, vaak grootschalige onderzoeken met veel bewijskracht. Zo blijkt bij zaken met moord en doodslag het strafblad van de verdachte een belangrijke rol in de strafmaat te spelen: hoe langer, hoe hoger de straf. Ook de slachtofferkant in deze zware categorie misdrijven openbaart interessante verbanden: als er een vrouw of een oudere de dupe is, valt de straf relatief hoog uit, als het slachtoffer een andere etnische achtergrond heeft is de straf juist gemiddeld lager.

Boeiend is de discussie die ontstaat naar aanleiding van een aantal dilemma’s die Van Tulder zijn publiek voorlegt. ‘Hecht je als rechter aan je vrijheid de in jouw ogen juiste strafmaat te bepalen, of vindt je een consistente straftoemeting belangrijker?’ Een krappe meerderheid van de rechters en raadsheren kiest voor de laatste optie. Is dit een fundamentele frictie? “Het kan goed samengaan”, vindt een rechter. “De landelijke oriëntatiepunten zorgen voor consistentie, maar je hebt juist de vrijheid om zelf daar onderbouwd vanaf te wijken.” Een ander benadrukt de verschillen tussen rechters: “We zijn allemaal mensen met eigen ideeën en invullingen, als je dat uitvlakt krijg je een machine.” Een rechter poogt de wet en de jurisprudentie zoveel mogelijk recht te doen, benadrukt een collega: “We zitten er niet om onze privé-pleziertjes te beleven, maar in dienst van de maatschappij. Dus ga je bij het bepalen van de strafmaat ten rade bij die maatschappij en bij je collega’s.”

Boze man

Duik in het diepe, Alice BosmaVervolgens  worden Ton en Lisa, slachtoffers van vlees en bloed, via filmpjes ten tonele gevoerd. Ze tonen zich om beurten boos ofwel geëmotioneerd. De deelnemers aan de bijeenkomst zijn individueel apart genomen om de beelden van acteurs Ton en Lisa te bekijken en daarop commentaar bij te geven. “Boosheid wordt vaak stereotiep geassocieerd met mannen, emotioneel zijn met vrouwen”, aldus onderzoekster Alice Bosma. Bosma verricht bij het Tilburgse Intervict haar promotieonderzoek naar de bejegening van slachtoffers in de rechtszaal. Ze is heel benieuwd naar de reacties van de magistraten. “Zo’n boze man heb ik gelukkig nog nooit op zitting gehad”, lacht een rechter. “Dat lijkt me voer voor een mediation.” Een ander vertelt dat je slachtoffers vooral oprecht moet aanhoren. “Mensen hebben door of je aan je boodschappenlijstje denkt, of dat je echt naar ze luistert.”

Verwachtingen

Bosma legt het verschil uit tussen de negatieve en positieve slachtofferbenadering. Blaming the victim omdat ze een kort rokje droeg is negatief, empathie tonen positief. Hoe groot is het gevaar van secundaire victimisatie, het negatief herbeleven van het misdrijf, bijvoorbeeld door het optreden van de rechter. Is het zo dat rechters, als professional, beter dan leken geleerd hebben hun intuitieve indrukken bij te stellen? “Het risico van victimisatie wordt groter als het slachtoffer als getuige wordt opgeroepen”, stelt een rechter. “En die kans is met het uitgebreide spreekrecht van het slachtoffer helaas toegenomen.” Instemmend geknik. Zo’n beetje alle aanwezige rechters en raadsheren blijken geen supporters te zijn van deze recente vernieuwing. “Je bent het proces aan het afronden en dan begint iemand vanuit emotie dingen geroepen en daar moet je dan wat mee. Je schept al snel verwachtingen die je in een strafproces niet waar kunt maken”, verwoordt één van hen de weerstand.

Stemming proeven

Duik in het diepe, Anthony PembertonInmiddels heeft Intervict-hoogleraar Anthony Pemberton de leiding van de discussie op zich genomen. “Is de maatschappelijke lobby voor een meer prominente plek van het slachtoffer in de rechtszaal dan doorgeschoten?”, vraagt Pemberton zich af. Diverse rechters wijzen op het manco dat slachtoffers zich uitspreken over schuld en strafmaat, terwijl de verdachte nog niet veroordeeld is. Dan moet je het strafproces opknippen, vinden ze. Tegelijk moet de rechter wel degelijk het verhaal van het slachtoffer in zijn oordeel meenemen. ‘’Ik vind de motivering van het vonnis daar bij uitstek geschikt voor”, zegt iemand. “Dan spreek ik van ‘schade, in het bijzonder op de zitting gebleken’.” Een andere rechter hecht veel belang aan de ontmoeting met het slachtoffer. “Dan kan ik proeven hoe iemand zich voelt. Dat is betekenisvol voor hoe ik tegen de zaak aankijk.” Een goede bejegening zit hem soms in de details, besluit een collega: “Een tissue of een glaasje water op het juiste moment doet veel. Je moet slachtoffers als mens behandelen, maar dat geldt ook voor de verdachte.”

Alle aspecten

“Interessant om te horen hoe collega’s denken over de omgang met slachtoffers en daders”, blikt Cristiaan Mandemakers terug op bijeenkomst. “Zowel rond emoties als bij het spreekrecht zijn er minder onderlinge verschillen tussen rechters dan ik dacht.” Mandemakers, strafrechter bij rechtbank Oost-Brabant, is ook geboeid door de bijdrage van de wetenschappers. “Ik merkte dat ik me meer aangesproken voel door het kwalitatieve onderzoek. Dat neemt alle aspecten van een zaak mee, zo doen wij het als rechter ook.”

Terug naar het nieuwsoverzicht