Actuele issues op Dag voor de belastingrechtspraak 2018

Het grote belang van rechtseenheid, het zichtbare nut van goed vooronderzoek, de noodzaak van actieve rechters. Op deze actuele issues stonden de schijnwerpers tijdens de ‘Dag voor de belastingrechtspraak’ op 2 november in Utrecht. Met speciale aandacht voor fiscale rechtsbescherming en artikel 6 EVRM.

SSR Dag voor de Belastingrechtspraak 2018

“Wat bakt de Hoge Raad nou allemaal voor arresten?” Met zijn typische tongue-in-cheek humor introduceert dagvoorzitter Theo Groeneveld de keynote speaker van de dag: Ange Beukers-Van Dooren, raadsheer in de belastingkamer van de Hoge Raad. “Het gaat een taart worden die is opgebouwd uit laagjes”, vervolgt Groeneveld. “Met bovenop een toefje artikel 6 EVRM.” Beukers neemt de uitnodiging graag aan en geeft de volle zaal een openhartig kijkje in de keuken van het hoogste rechtscollege. “Sommige critici vinden dat de Hoge Raad weinig bakt van rechtsbescherming op het fiscale vlak. Wij zouden tekortschieten in de toepassing van diverse artikelen van het EVRM, zoals het verbod op discriminatie en het recht op privacy”, steekt ze de hand in eigen boezem.

Dividendbelasting

Tegelijk legt Beukers uit dat het niet altijd de rol van de Hoge Raad is om die rechtsbescherming te waarborgen. “Waar begint en eindigt je taak? Kijk naar het wetsvoorstel over de afschaffing van de dividendbelasting dat is ingetrokken. De maatschappelijke discussie daarover liep hoog op. Als de Hoge Raad dan over die materie een arrest moet wijzen, ligt dat politiek gevoelig en dat is niet iets wat je als Hoge Raad graag wil. .” De Hoge Raad moet bij een oordeel op het gebied van de fiscale wet- en regelgeving haar onafhankelijkheid behouden, met altijd als uitgangspunt het primaat van de wetgever. “De instroom van zaken bij de Hoge Raad is groot. We doen ons best dat binnen redelijke termijn weg te werken”, verzekert Beukers, “onder meer door veel feitelijke rechtspraak over te laten aan de rechtbanken en de hoven en daar met een positieve blik naar te kijken.”

Willekeurige heffing

Bij 22 arresten van de Belastingkamer van de Hoge Raad dit jaar was het EVRM in het geding, resumeert Beukers. “Laat ik beginnen met een arrest dat in de literatuur kennelijk als een goed arrest is ervaren, dat over de verhuurderheffing.” Als er diverse eigenaren zijn van een huurhuis, krijgt slechts één van hen de WOZ-beschikking opgestuurd. Aan die eigenaar wordt de verhuurderheffing toegerekend. Die kan hij niet verhalen op zijn mede-eigenaren. Wat is hier wijsheid, vraagt Beukers zich hardop af. “Hier speelt het gelijkheidsbeginsel. Gelijke gevallen, in casu de eigenaren van hetzelfde huis, worden verschillend behandeld. De Hoge Raad oordeelde dat de wet hiermee inbreuk maakt op het discriminatieverbod in het EVRM. Er was zelfs sprake van willekeur, dat is natuurlijk heel erg. Dus ging de heffing van tafel, een oordeel dat mede steunde op een aantal goed gemotiveerde uitspraken van de hoven.”

SSR Dag voor de Belastingrechtspraak 2018

Dubbel gepakt

Beukers memoreert ook het arrest over de man met een klein pensioentje die de hele verkoopopbrengst van zijn huis in aandelen SNS had gestopt, welke aandelen vlak daarna werden onteigend. Zijn bezwaar tegen de volledige box 3 heffing werd gehonoreerd omdat die heffing voor hem een individuele buitensporige last was.  Beukers deelt met haar publiek dan een exotische potentiële casus: wat te doen bij een gokverslaafde met een grote gokschuld die een box 3-heffing aanvecht?  “Stel mijnheer zit inmiddels in de schuldsanering, is die heffing nog op zijn plaats?” “In Arnhem wel”, roept een rechter lachend. “Ik zou ervan af zien”, zegt een ander: “Anders wordt die man grof gezegd dubbel genaaid: eerst raakt hij in de schulden en dan pakken we hem ook nog met een heffing.” De vraag of sprake is van een individuele buitensporige last hoort in elk geval niet thuis op het bordje van de Hoge Raad, stelt Beukers. “Dit is een zaak voor de feitenrechter, die kan op zitting de juiste vragen stellen aan het individu en bepalen wat de criteria voor kwijtschelding zijn. Wij als Hoge Raad kunnen die vragen niet meer stellen, dat wordt wel eens vergeten.” Anders ligt het bij prejudiciële vragen die de feitenrechters kunnen stellen aan de Hoge Raad want daar gaat het om puur juridische kwesties. . Daarvoor wil Beukers graag nog even reclame maken. “Van die mogelijkheid maakt U als bestuursrechters nog maar weinig gebruik. Uw civiele collega’s zijn daarin een stuk actiever. Zo’n prejudiciële vraag kan heel zinnig zijn, het is ook een goede mogelijkheid meer aandacht voor het EVRM te vragen. Dus voel u bij deze uitgenodigd.”

‘Vooroverleg bespaart tijd’

“Wie van u heeft wel eens al 4 weken voor de zitting overlegd met je juridisch medewerker over een zaak?”, vraagt workshopleider Judith van de Sande aan het zaaltje. Een paar handen gaan voorzichtig omhoog. “Nou, dat is heerlijk, kan ik u vertellen”, zegt Van de Sande, senior rechter bij rechtbank Gelderland. “Je neemt samen de zaak diagonaal door, kijkt waar de complexe elementen zitten en bedenkt hoe lang de zitting moet duren. Ook bedenk je alvast welke vragen er beantwoord moeten worden.” Hoe lang je met zo’n overleg kwijt bent, wil iemand pragmatisch weten. “Met alles er op en eraan wel een middagje”, antwoordt Van de Sande. “Maar uiteindelijk bespaar je er juist tijd mee.”

SSR Dag voor de Belastingrechtspraak 2018

Geen koudwatervrees

Met elan breekt Van de Sande anderhalf uur een lans voor het vooronderzoek, het thema van haar workshop. “Heeft u wel eens een tolk ingeschakeld voor de zitting, omdat u vooraf inschatte dat een belanghebbende onvoldoende Nederlands sprak? Heeft u wel eens een deskundige ingeschakeld nadat u in het dossier allerlei ingewikkelde algoritmes tegenkwam die u niet begreep?”. Steeds prikkelt ze haar collega’s met concrete voorbeelden die het belang van een tijdig vooronderzoek onderstrepen. “En wat als iemand een persoonlijkheidsproblematiek heeft en daarom steeds met een ander verhaal komt? Is diegene voldoende in staat om zichzelf te verdedigen? Lastig hè? Dan is het fijn om het daar van tevoren over te hebben.” Haar publiek raakt stap voor stap meer overtuigd, lijkt het. Er worden wel bezwaren genoemd zoals ‘In eenvoudige zaken lijkt me dit de moeite niet’ of ‘Als je je als rechter zo actief opstelt, loop je het risico dat je gaat meeprocederen’. Maar dat het in meer zaken dan gedacht zinvol kan zijn, wordt her en der erkend. Stap over je koudwatervrees heen, adviseert Van de Sande. “Ook in het belang van de mensenrechten waar het vandaag over gaat. Als je twijfelt of iemand wel taalvaardig genoeg is, heb je het ook over het recht op een eerlijk proces. Mensen hebben er recht op dat wij hun zaak zo zorgvuldig mogelijk voorbereiden.”

Interactieve quiz

Ook Ivo Krukkert spoort in zijn workshop rechters en andere rechtspraakprofessionals aan vaker het heft in eigen handen nemen. Het thema waarop hij dat toepast: de individuele straftoemeting van fiscale boetes. Daarover schreef Krukkert, werkzaam bij de Belastingdienst, een proefschrift waarop hij eerder dit jaar promoveerde. Hij opent de workshop met een interactieve quiz: de zaal antwoordt op stellingen door een hand wel of niet op te steken. ‘De EVRM speelt een belangrijke rol bij de individuele straftoemeting van boetes’, luidt een stelling, net als: ‘Een belastinginspecteur is verplicht om de strafmaat uitgebreid te motiveren’. Er vallen al snel deelnemers af en uit het overgebleven clubje wordt een winnaar gekozen met de strikvraag: ‘Vanaf welk jaar deed de fiscale bestuurlijke boete zijn intrede in ons wetboek? 1975, 1940 en 1982 worden genoemd. Het blijkt maar liefst 1725 te zijn, met De Admiraliteit als bestuursorgaan. Het antwoord 1940 ligt het minst ver weg en wint: een persoonlijk gesigneerd proefschrift.

Actief of terughoudend?

Ook de rest van de workshop is eerder een gesprek dan een presentatie. Krukkert toont zijn publiek een blik achter de schermen van de belastingdienst: hij laat zien welke afwegingen en discussies daar leven. Tegelijk daagt hij de zaal uit met dilemma’s en vragen: wat zou u hier doen, wat is uw mening? Zoals bij de casus waar beroep wordt aangetekend tegen een aanslag vennootschapsbelasting van een ton. Er is sprake van een verzuimboete van 2639 euro, waarover de belanghebbende zwijgt. “Zegt u dan als rechter actief iets over deze boete?”, vraagt Krukkert. “Ik zou op zitting vragen of hij de boete in het geschil wil”, reageert een rechter. Een andere rechter geeft aan niets te doen als de ingehuurde gemachtigde het niet ter sprake brengt. Die moet zijn werk maar beter doen. “Interessant”, zegt Krukkert. “En wat als uit het dossier blijkt dat mijnheer slechts één dag te laat was met de aangifte, dat het bovendien gaat om een negatief belastbaar bedrag en het een first offender betreft?” De reacties zijn verschillend: de één gaat mee met het activisme, een ander is meer terughoudend. “Hoort het niet bij de magistratelijke houding om onafhankelijk van wat partijen inbrengen, rechtvaardig te zijn?”, prikkelt Krukkert een laatste keer.

‘De burger wil rechtseenheid’

Tijd voor het afsluitend debat in de plenaire zaal. Met een panel van louter zwaargewichten, aldus dagvoorzitter Groeneveld. Naast Beukers en Krukkert zijn aangeschoven Eric Daalder van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en Arjo van Eijsden van Ernst & Young. Zou het landelijk rechtseenheid-overleg niet actiever en opener moeten worden, luidt de vraag. “Dat zou een goede zaak zijn”, vindt Van Eijsden. “Het komt te vaak voor dat in vergelijkbare zaken hele verschillende uitspraken worden gedaan, bijvoorbeeld als het gaat om toeslagen of fundamentele rechten. Dit is voor de burger zeer ongewenst, die wil rechtseenheid.” Beukers oppert de inhoud van het landelijk overleg openbaar te maken: “Het is nu een gremium dat stiekem beslist.” Van dat idee is Daalder geen voorstander: “Ik zie het overleg als een verlengde raadkamer, dat gebaat is bij beslotenheid. Laat het beleid maar zien via uitspraken.”

SSR Dag voor de Belastingrechtspraak 2018

Oriëntatiepunten bestuursrecht?

En wat te denken van de invoering van een richtinggevend systeem voor straftoemeting in het belastingrecht, in de geest van de landelijke oriëntatiepunten bij strafrecht? De zaal lijkt daar wel voor te vinden. “Het lijkt mij ontzettend fijn als een clubje knappe koppen zou zeggen ‘Hier heb je oriëntatiepunten, neem die als uitgangspunt en wijk daar naar bevind van zaken van af’”, reageert een rechter. “Dan loop je wel het risico van een rechterswetgeving, daar ben ik huiverig voor”, meent Van Eijsden, “Voor je het weet heb je een boek vol regeltjes.” De voorstanders in de zaal houden aan: “De uitspraken schieten teveel alle kanten uit, daar gaat het om. Waarom vinden we het zo moeilijk om tot één standpunt te komen? Zo zijn we als bestuursrechter eigenwijs op de verkeerde manier.” Daalder sluit zich hier bij aan: “Alle bestuursorganen hebben daar gewoon beleid voor, waarom wij niet? Neem de verzuimboetes. Stel dat blijkt dat rechters de maximale boete vaak matigen tot 500 euro. Dat is een gekozen lijn waar je in het kader van de rechtseenheid best iets mee mag doen.”

SSR Dag voor de Belastingrechtspraak 2018

Genoeg stof voor debat, maar Groeneveld zet een punt achter een rijk geschakeerde studiedag. Een dag die letterlijk is opgetekend door een drietal tekenaars die hebben rondgelopen. Tijdens de borrel wordt hun creatieve collage van tekeningen en teksten nieuwsgierig bekeken.

 

Terug naar het nieuwsoverzicht