‘Beslissen is juist een kwestie van kleur bekennen’

Hoe persoonlijk mag, en misschien wel móet, een rechter of officier van justitie zijn in de rechtszaal? Daarover spraken zo’n 150 rechters, rio’s, oio’s en raio’s op 2 november in het gebouw van de Hoge Raad tijdens het symposium ‘Onder de toga – de eigenheid van de magistraat’.

Opeens schallen Ella Fitzgerald en Louis Armstrong door de grote zittingszaal van de Hoge Raad. Maarten Feteris, president van ‘s lands hoogste rechter, swingt naast het spreekgestoelte soepel mee op It Ain’t Necessarily So van de elpee Porgy & Bess (1958). Hij doet het erom, maar toch: dat verwacht je niet, zelfs niet op het derde door SSR en de Hoge Raad georganiseerde Rio-symposium over de eigenheid van de magistraat. Dat de president kennelijk een jazzfan(aat) is.

Maarten Feteris tijdens rio-symposium 2018

Kleur bekennen

Maarten Feteris zei eerder in zijn inleiding tijdens het symposium van harte te hopen dat “onze rechterlijke organisatie ook in de toekomst geen massa grijze muizen wordt. Mensen zonder bijzondere eigenschappen die nooit kleur bekennen. Als je zo middelmatig bent, zal het je ook moeite kosten om een doorleefd oordeel te geven over de bonte stoet van rechtzoekenden die in de rechtszaal verschijnen. Beslissen is juist een kwestie van kleur bekennen.”

Authentieke persoonlijkheden

De president van de Hoge Raad der Nederlanden ziet het liefst rechters van vlees en bloed die van hun zittingen betekenisvolle gebeurtenissen maken en die alle argumenten op waarde schatten. “Kenmerken die horen bij de eigenheid van de magistraat”. Rechters moeten volgens president Feteris authentieke persoonlijkheden zijn. Hun echtheid betekent volgens hem óók dat ze zich kunnen losmaken van hun persoonlijke opvattingen als dat voor een juridisch juiste beslissing uiteindelijk nodig is. “Dat is een kernkwaliteit van de onpartijdige en onafhankelijke rechter. De rechterlijke organisatie moet het grote belang hiervan ook uitstralen”, aldus Feteris.

Toga aantrekken

De Landelijke selectiecommissie rechters (LSR) vraagt alleen naar bekwaamheden en competenties van rechters in spe, benadrukt SSR-voorzitter Gerard Tangenberg. “Persoonlijke opvattingen, politieke of religieuze achtergrond, seksuele gerichtheid en afkomst van rechters spelen geen rol. We vragen er niet naar bij de sollicitatie en ook in de verdere loopbaan hoeft het geen onderwerp van gesprek te zijn. Maar leggen wij onze persoonlijkheid dan af als we de toga aantrekken? Daar geloof ik niets van en het is ook niet nastrevenswaardig. In onze opleiding staat centraal dat we mens zijn, met onze eigen voorkeuren en antipathieën. Los van kennis en weten, toets je je eigen persoonlijkheid. Die moeten we niet wegstoppen. Als we haar herkennen, weten we ook of ze onze oordeelsvorming stuurt.”

Gerard Tangenberg tijden rio-symposium 2018

Niet kleurloos

Ook de huidige voorzitter van de Tweede Kamer maakt haar mening ondergeschikt aan haar functie. “Neutraliteit is een absolute voorwaarde en deze mag nooit in het geding komen. Misschien ben ik daarom wel het strengst voor mijn eigen partijgenoten”, zegt Kamervoorzitter Khadija Arib (voor de goede orde: PvdA). Neutraliteit betekent volgens Arib níet dat je kleurloos moet zijn. “Je brengt jezelf mee. Humor is mijn redding. Humor kan de angel uit het debat halen. En ik relativeer mijzelf graag”. Speelt achtergrond bij de selectie van ‘s lands rechters en officieren geen rol, Aribs Marokkaanse achtergrond en dubbele nationaliteit speelden een belangrijke rol bij haar verkiezing tot Kamervoorzitter in 2016, zegt ze. “Mijn eigenheid stond mij in de weg”.

Kamervoorzitter Khadija Arib tijden rio-symposium 2018

Zeer eigen

Is het tonen van eigenheid voor veel rechters of officieren niet aan de orde of zelfs taboe, er zijn ook magistraten die van hun eigenheid geen geheim maken. Sterker: ze dragen hun hart op de tong. Volleerd dagvoorzitter Ybo Buruma interviewt na de pauze van het symposium twee rechters en een officier van justitie die zich, in de woorden van de raadsheer bij de Hoge Raad, ‘zeer eigen hebben getoond’. Officier van justitie in Noord-Nederland Pieter van Rest is belijdend christen en prediker in Franeker. Hij steekt dat niet onder stoelen of banken. Hij kán niet anders, en niet alleen omdat Google dat anders wel voor hem doet, zegt Van Rest. “God woont in mij. Ik kan dat niet van mijn werk scheiden. Het is namelijk wie ik ben. Voor ons allemaal geldt dat we filters hebben als we naar de werkelijkheid kijken. Heb niet de illusie dat wie je bent niet doorklinkt in wat je uiteindelijk doet. Dat zit bij in mijn christen zijn. Het is erg belangrijk dat je je daarvan bewust bent en dat je weet dat je bent wie je bent.”

Evangelie verkondigen

Dat wil niet zeggen dat officier Van Rest in de rechtszaal het evangelie verkondigt en ook niet dat hij als predikant een beslissing neemt. “Ik ben wie ik ben en als persoon ben ik tegen euthanasie. Abortus vind ik heel vreselijk. Zo’n tien jaar geleden vroeg het Universitair Medisch Centrum Groningen het OM te beoordelen of drie zaken van levensbeëindiging van erg zieke kinderen aan de juridische eisen voldeden. Je oordeelt dan niet als Pieter van Rest, maar als medisch officier Van Rest. Ik vind er privé wat van, maar ik ben ingehuurd om de wet- en regelgeving en jurisprudentie toe te passen. Juridisch heb ik geadviseerd: volgens mij moeten wij seponeren. Dat is ook gebeurd.”

Pieter van Rest tijden rio-symposium 2018

Rechtvaardig oordeel

Officier Pieter van Rest laat zijn religieuze opvattingen buiten de rechtszaal, rechter en SSR-opleider Sebastiaan Hermans kán geen afstand doen van zijn eigenheid. Hij is zo goed als blind. Heeft hij er last van? “Nee, het is er gewoon, mijn leven lang al. Het heeft mij ook nooit in de weg gezeten om tot een oordeel te komen. Ik heb er geen negatieve ervaringen mee in de rechtszaal”, aldus de Oost-Brabantse rechter. Rechter Hermans ziet geen verband tussen zijn blindheid en zijn authenticiteit als rechter. “Die heeft ermee te maken dat je de overtuiging moet hebben dat je oordeel rechtvaardig is. Je past de wetten toe en je blijft binnen de richtlijnen, maar als het knaagt dan moet je onderzoeken waar dat gevoel vandaan komt. Ik vind het juist de kern van de zaak dat je bij jezelf nagaat of je persoonlijk achter een vonnis kunt staan. Als dat niet zo is, dan vind ik dat echt heel lastig.”

Open voor kritiek

De openlijk homoseksuele rechter Jan Moors kán misschien wel, maar wíl geen afstand doen van zijn eigenheid. Het heeft wel even geduurd, zegt Moors, thans bestuurslid van de rechtbank Noord-Holland. “Als jonge rechter ben je vooral bezig om het goed te doen”, aldus Moors. “Het heeft mij tijd gekost om wat meer van mijzelf te kunnen laten zien. Dat hoort bij ieder professioneel beroep. Na zes of zeven jaar maak je de volgende stap. Ik dacht altijd dat rechtspreken eruit bestond dat je een casus op regels legde en dat het antwoord ongeacht de rechter er vanzelf uitrolde. Nu begreep ik dat het soms toch wel uitmaakte, in de behandeling, in de bejegening en soms in de beslissing, of iemand bij mij of bij mijn buurvrouw binnenkwam. Dat maakt het heel eng ineens. Het maakt je kwetsbaar voor kritiek.”

Jan Moors tijden rio-symposium 2018

Overlaten aan robots

“Niet iedere rechter is hetzelfde. Je hoeft je eigenheid niet te benadrukken, maar je kunt er ook niet omheen”, concludeert SSR-praktijkopleider en familierechter in Gelderland Marcel Snijders na afloop van het symposium. “Khadija Arib zei dat ze als Kamervoorzitter dichtbij zichzelf blijft. Dat vond ik leuk om te horen, want dat geldt ook voor de rechter. Daar heb ik het in de opleiding regelmatig over: als je dingen probeert aan te leren die niet bij je passen, dan komen ze ook niet over en ben je niet geloofwaardig.” De eigenheid van de magistraat heeft wel gevolgen. “Het zou niet moeten uitmaken voor welke rechter je verschijnt, maar de praktijk leert anders. Je kunt de rechtspraak ook overlaten aan robots, maar de vraag is of je dan altijd rechtvaardige uitspraken krijgt”, zegt rechter Snijders.

Terug naar het nieuwsoverzicht