Discussie, praktijk en humor op kwaliteitsdag Landelijke Beoordelingscommissie Rio’s

Een open discussie over de beoordeling van rio’s, levendige workshops voor opleiders en diverse boeiende sprekers. De Kwaliteitsbijeenkomst van de Landelijke Beoordelingscommissie Rio’s (LBR) in Utrecht op 7 november was prikkelend en afwisselend. Met als kers op de taart: een uiterst grappig filmpje van de rio’s over de ‘ontberingen’ die zij moeten doorstaan.

Zaal bijeenkomst landelijke kwaliteitscoördinatoren 2018

“Er is veel animo onder opleiders voor het bijwonen van een rio-beoordeling door de Landelijke Beoordelingscommissie”, vertelt commissievoorzitter Mariejanne Waals. “Van die gelegenheid hebben dit jaar maar liefst zestig opleiders gebruik gemaakt. Ze vinden het verhelderend om van dichtbij te zien hoe het werkt. Daarom gaan er stemmen op om dit bezoek een vast onderdeel te maken van de opleiding voor opleiders.” Ook de rio’s zelf hebben met de LBR hun ervaringen gedeeld. Op een spiegelreflectiebijeenkomst gaven zij onder andere aan graag een meer op de persoon toegespitst beoordelingsadvies te krijgen. “Daarnaast ervaren zij, niet geheel onverwacht, de beoordeling toch wel als stressvol”, vervolgt Waals. “Tegelijk relativeerden ze: ‘Wij rio’s moeten elkaar niet gek maken. Beoordelen is inherent aan opleiden, het hoort er gewoon bij’.”

Hol van de leeuw

Deze beladenheid van de beoordeling wordt op zeer geestige wijze getoond in een korte speelfilm die een groep rio’s in het kader van het rio-symposium dat een week eerder plaatsvond, zeer professioneel heeft geproduceerd. Luid gelach vult de zaal. De korte film is een mooie prelude op de hoofdspreker: Margreet Ahsmann, bijzonder hoogleraar Rechtspleging en zelf werkzaam in de rechtspraak. “Ze heeft een kruidig stuk geschreven over de opleiding”, introduceert dagvoorzitter Hajo van Driel – Van Wageningen haar. Hij verwijst naar het kritische preadvies dat Ahsmann opstelde voor de NJV over de rio-opleiding die nu vier jaar bestaat. “Het beoordelingssysteem met de landelijke commissie is niet valide en dient te worden afgeschaft”, citeert Van Driel – Van Wageningen uit het advies. “Ik voel me een beetje in het hol van de leeuw”, begint Ashmann. “Ik heb vooral een prikkelend pré-advies willen schrijven.” Ahsmann ziet een duidelijk contrast tussen de ‘superlatieven’ waarmee de rio-opleiding werd gelanceerd en de soms  ‘schrijnende’ verhalen van rio’s: “Een rio zegt voor de opleiding vaak zijn baan op, wanneer ze dan afvallen is dat een debacle.” Ze bekritiseert het referentieprofiel van de opleiding: “Hierin staan maar liefst dertien competenties maar de belangrijkste, oordeelsvorming, ontbreekt. Verder mist Ahsmann het expliciet toetsen op kennis in de opleiding. “Terwijl parate kennis in de praktijk heel belangrijk is.”

Bijeenkomst landelijke kwaliteitscoördinatoren 2018, Margreet Ahsmann

‘Vertrouw op de rio’

Positief vindt Ahsmann de introductie van de rio als collega – in plaats van als leerling. De rio heeft immers al veel werkervaring en is na een zware selectie in principe geschikt bevonden voor het vak. “Vertrouw meer op de kwaliteiten van de rio”, bepleit ze. “Geef ze vanaf dag één het idee dat ze het kunnen, in plaats van ze zo intensief te beoordelen.” Ashmann verwijst naar het uitgebreide systeem van beoordeling in de nieuwe opleiding. “Een rio wordt op maar liefst 75 criteria beoordeeld. Dat geeft het idee van objectiviteit, maar dat is een misvatting.” Cijfermatige beoordelingen zijn niet superieur aan meer kwalitatieve toetsen, legt ze uit. “Meten we wat we willen meten? Heeft de landelijke commissie dat te pakken wat bepalend is voor de geschiktheid van de rio?” Als alternatief zou de opleiding meer kunnen vertrouwen op het menselijk oordeel, stelt Ashmann. Van de opleider, maar ook van de andere rechters in de sector waar de rio actief is. “Kom vooral in een open gesprek met de rio tot een beoordeling, in plaats van een formulier in te vullen voor elke taak.”

Juiste mensen aan tafel

Verbeter je onderwijssysteem, maar zet het niet steeds helemaal op zijn kop. Dat is de boodschap van de Finnen, die volgens de ranglijsten het beste onderwijs ter wereld geven. Fedde Scheele, hoogleraar Innovatie van zorg en opleiding, onderschrijft dat volledig. “Anders maak je iedereen gek”, aldus Scheele, tien jaar zelf opleider van gynaecologen en nauw betrokken bij het landelijk medisch onderwijs. Het portfolio dat de rio samenstelt, helpt volgens hem bij het vellen van een betrouwbaar oordeel. Van kennistoetsen is Scheele in tegenstelling tot Ahsmann geen groot voorstander: “Veel kennis is ambigue, kennistoetsen zijn heel arbeidsintensief en iedereen klaagt over de vragen, is mijn ervaring.” Hij onderschrijft wel duidelijk Ahsmann’s pleidooi voor een meer persoonlijke beoordeling: “Het gaat om het onderling gesprek en de juiste mensen aan tafel. De opleider en de andere beoordelaars moeten de ziel van de rio kennen. Het gaat om een menselijk oordeel, niet om een rekensom.” Scheele geeft verder nog aan bij twijfelgevallen het als een gemis te ervaren dat er geen onafhankelijke centrale commissie is zoals de rio-opleiding dat heeft.

Zaal bijeenkomst landelijke kwaliteitscoördinatoren 2018

Totaalbeeld van rio

Karina de Koning, lid van de Landelijke Beoordelingscommissie rio’s, reageert op de kritische noten van Scheele en Ashmann. “Het rechtersprofiel is nog niet helemaal volmaakt”, erkent ze. Anderzijds benadrukt ze de diepgaande wijze waarop de rio-opleiding is opgezet. Met werkbezoeken aan vergelijkbare opleidingen, inzet van onderwijskundigen en ‘veel ervaren opleiders’. Dat er een overdaad aan beoordelingscriteria is, spreekt De Koning tegen: “Je hoeft niet op alle 75 criteria te scoren, het gaat vooral om de belangrijkste 15 kritische criteria, die vormen het rechterschap in de kern.” Het gesprek met de rio is voor de commissie van groot belang: “Dan krijg je het volledige beeld van de rio, tezamen met de scores op basis van het portfolio.” Het gaat om het totaalbeeld, benadrukt ze. “Dat blijkt heel duidelijk op het moment dat we een negatief advies toelichten bij het bestuur van een rechtbank. Dan gaat het niet om het afvinken van scores, maar om een oordeel op basis van een veelheid aan informatie.” Zij benadrukt verder de toegevoegde waarde van de coachende rol die opleiders in de huidige opzet vervullen. De opleiders die zo’n rol op zich kunnen nemen zijn zeer waardevol  voor de opleiding. De Koning ziet veel kennistoetsen niet zitten: “Als een rio tien jaar als advocaat heeft gewerkt in een gespecialiseerd kantoor, weet hij meer dan zijn opleider. Dan voegt zo’n toets weinig toe. Daarentegen zal diezelfde rio niet goed scoren op een aanvangstoets in een rechtsgebied waarin hij/zij geen ervaring heeft. Het is nu juist aan de rio om zichzelf goed genoeg te kennen en daarop zijn/haar leerbehoefte aan te passen.” De LBR denkt wel na over een vereenvoudigd systeem van beoordelen voor de 75 procent van de rio’s die zonder veel twijfels door de opleiding rolt. “Voor die grote groep is niet zo’n zwaar opgetuigd beoordelingsmoment nodig. Dat bespaart veel stress, zowel voor de opleiders als de rio’s.”

POP

In de workshop over het POP (persoonlijk ontwikkelplan) zijn door René Steenbergen, kernopleider, de ins en outs van het POP voor het voetlicht gebracht. Rio Geert van de Beek vertelde over zijn ervaringen met het POP. Hij gaf aan dat de rio in de voorfase vaak veel werk van het POP maakt. Maar zodra de opleiding in volle gang is, verdwijnt het POP naar de achtergrond. Dan wordt het POP vooral gebruikt voor de “harde” gegevens, namelijk de stages en niet te vergeten de afgesproken aantallen voor zittingen en vonnissen. Bij de opleiders in de zaal bestaat weinig behoefte om het POP als een soort roadmap te gebruiken of om een nadere route te bepalen. Toch kwam al pratende  naar voren dat het POP voor de rio een goed instrument kan zijn om tijdens de evaluatiegesprekken het verloop van de opleiding eens in een breder kader te plaatsen en te toetsen aan het POP. Daarmee werd ook weer een link gelegd met de lezing van Fedde Scheele. Alleen een portfolio is te beperkt, het gaat vooral om het “holistisch”  gesprek met de rio. Om het POP ook voor de opleiders en daarmee in de evaluatiegesprekken een grotere rol te geven, mag er nog wel wat veranderen aan de vormgeving en vraagstelling van het POP. Iets zakelijker en meer toegespitst op de competenties. Daarmee wordt het POP boeiender voor het overall beeld van de rio, en daarmee ook voor de opleiders en beoordelingscommissie, ook als die al in de tweede of derde leerwerkomgeving zit. Kortom, het POP is toe aan een versie 2.0.

‘Word de baas van je dossier’

“Een zaak is vaak een pan spaghetti vol argumenten, mijn beoordelingsschema brengt daar orde in”, stelt workshopleider Joke Halk trots en enthousiast. “Het schema loodst de rio in een aantal vaste logische stappen door een zaak, dat werkt heel goed.” Halk is kantonrechter in Rotterdam en al jaren opleider. “Ik vind het superleuk om rio’s op prikkelende manier de kneepjes van ons vak te leren.” Het beoordelingsschema, dat ze uitdeelt aan de opleiders in de zaal, bevat acht vakken waarvan de helft gekleurd. Het geeft de basisstappen voor de analyse van een civiele zaak weer: van de vordering tot en met de reactie op verweer, waarbij de rio steeds invult wat volgens hem de feitelijke grondslag is, de rechtsgrond en het beoogd rechtsgevolg. “Zoek het rechtsgevolg, zeg ik altijd, dan heb je de kern van het geschil en de laatste zin van je motivering. Zo word je de baas van het dossier, let maar op!”. De aanstekelijke drive en droge Rotterdamse humor van Halk maken de workshop levendig en effectief. Ze laat de opleiders werken met een case waarin een curator van een faillissement sieraden vordert van een Turks echtpaar, die zich erop beroept deze volgens Turks gewoonterecht bij de schoonvader in bewaring te hebben gegeven. “Welke feiten uit de dagvaarding zijn nu relevant”, vraagt ze. “Wat zou je beslissen?” De opleiders vinden het best lastig te antwoorden, maar ze leren wel de waarde van het schema kennen. “Als je de analyse begint met de betwisting, kom je nooit waar je moet zijn”, onderwijst Halk verder. Niettemin pleit Halk voor mildheid richting de rio: “Ik probeer altijd positief te blijven. Al is een uitspraak nog zo slecht, er zijn altijd goede dingen te vinden. Die noem ik ook.”

Opleiders zijn ogen en oren

Ook in de workshop ‘Formulieren invullen’ staat een concrete casus centraal. Een rio zet op zitting zijn tanden in een zaak waarin betwist wordt of het afleveren van een pakketje een vriendendienst was of een zakelijke transactie. De opleiders in de zaal krijgen een fictief feedbackformulier van een zitting. De ene groep opleiders krijgt het volledige formulier te zien, bij de andere groep ontbreekt allerlei specifieke informatie over het gedrag van de rio. In groepjes van twee gaan de opleiders nu zelf de scorelijst invullen. “Het item ‘Vragen stellen’ lijkt me onvoldoende, hij vroeg diverse keren niet goed door’”, zegt de ene opleider. “Eens”, reageert de ander. “Maar op ‘partijen het gevoel geven begrepen te zijn’ scoort deze rio juist goed, hij keek de mensen begripvol aan.” De workshopleiders zijn Yolanda Janssen, lid van de LBR en Jan-Joost van Gastel, tevens lid van de LBR en lector Bestuursrecht bij SSR. “Jullie zijn de ogen en oren van de commissie”, stelt Van Gastel. “Het invullen van de formulieren kost veel tijd”, vindt een opleider. “Kunnen we niet een lopend verhaal invullen in plaats van al die items scoren?” Dat kan prima, reageert Van Gastel. “Als de commissie uiteindelijk maar alle relevante informatie heeft. Probeer af te wisselen met de competentie waarop je focust. Pick your fight. Ga de ene keer vooral in op het schrijven van het vonnis en de andere keer op de bejegening op zitting. We willen het totaalbeeld.”

Terug naar het nieuwsoverzicht