Eerste ‘Dag van de Opleider OM’ verdiept relatie tussen opleider en startende collega

Hoe leid je een nieuwe collega effectief op? Hoe geef je diegene voldoende regie? Wat is de invloed van je eigen allergieën bij het opleiden en hoe zit het met je vooroordelen? Deze herkenbare thema’s kwamen aan de orde op de eerste ‘Dag voor de Opleider OM’ op 5 juni. Met Twents cabaret als speelse rode draad door de dag.

“Weet je waarom de Nederlandse kinderen de gelukkigste zijn van de hele wereld?”, vraagt keynote speaker Joseph Kessels met een glimlach aan de zaal. “Onder andere omdat ze heel vroeg zelf hebben leren fietsen, de ruimte kregen om te bewegen. De autonomie en vrijheid die ze daarmee verwerven hebben een directe relatie met geluk. Kinderen in veel andere landen worden met de auto naar school en de sport gebracht. Deze couch patatoes voelen minder autonomie.” Dit geldt volgens Kessels ook voor de wijze waarop organisaties hun opleiding inrichten. Zeker de opleiding voor officieren van justitie die vandaag centraal staat: “Jullie Oio’s zijn volwassen mensen die al de nodige werkervaring hebben. Vraag je ze dan: ‘Wat breng je mee? Dan maken we daar gebruik van’. Of zeg je: ‘Vergeet alles wat je geleerd hebt en let nu goed op’” Zie een Oio vooral als je collega, bepleit Kessels, niet als een hulpeloze beginner: “Daarom vind ik het woord ‘opleideling’ ook zo vreselijk. Wat voor signaal geef je daar mee af? ‘Jij stelt niks voor en wij bepalen alles’.”

Dag van de opleider OM

‘Geef de Oio regie’

Neem je Oio serieus en geef hem zoveel mogelijk regie over zijn eigen opleiding. Kessels, emeritus hoogleraar Human Resource Development, heeft een uitgesproken visie op leren en opleiden en weet dat hij daarmee weerstand oproept. “Wij juristen houden nu eenmaal van regeltjes”, reageert een opleider uit het publiek. “Het is de uitdaging om vaker los te laten en meer aan de Oio over te dragen”, zegt een ander. Kessels knikt instemmend: “Het is lastig om een strakke aansturing los te laten. Organisaties denken al snel dat het dan een janboel wordt.” Toch komt de opbrengst op termijn juist uit het goed opleiden, het vernieuwen, het intrinsiek gemotiveerd zijn. Organisaties leggen te veel nadruk op de dagelijkse performance en te weinig op de ontwikkeling van kennis en mensen, stelt Kessels. “Denk niet alleen aan het aantal zaken dat een Oio moet draaien, maar ook wat hij daar zelfstandig van leert.”

Succeservaringen belangrijk

Een andere cruciale factor is het opdoen van succeservaringen, vertelt Kessels. Benoem wat er goed gaat en stel een Oio niet bloot aan te veel toetsmomenten. Want hoe meer toetsen, hoe meer potentiele faalervaringen. Middelbare scholen en opleidingen voor professionals hebben last van ‘toetsziekte’, vindt hij. “Daardoor worden er scholieren en cursisten opgescheept met onnodig veel faalervaringen. Terwijl het geloof in eigen kunnen een belangrijke voorspeller is voor toekomstig succes in je opleiding en baan. Belangrijker dan intelligentie of opleidingsniveau. Laat Oio’s ervaren wat ze allemaal wel kunnen. Er zijn 1000 manieren om te falen en maar 2 om iets goeds te doen, kies daar dan voor.”

Autonomie versus regeltjes

“Een heel interessant verhaal”, reageert in de pauze de Haagse officier van justitie en opleider Nora Anchabhar op Kessels. “Ik vraag me wel af hoe we zijn aanpak kunnen toepassen in de werkelijkheid. Ik vind het dilemma tussen de autonomie van de Oio en alle regeltjes van het OM best ingewikkeld.” Anchabhar let altijd goed op hoe Oio’s zich op dit vlak manifesteren: “De één wil het liefst alle regeltjes uitpluizen en de inhoud perfect beheersen. De ander vliegt er liever in en wil graag al werkende leren. Ik tast altijd eerst af met welk type ik te maken heb.

Droge humor

Ondertussen hebben de cabaretdames van ‘Theaterzaken’ de harten van de zaal veroverd met hun gevatte en ontwapenende humor. Gekleed in gifgroene mantelpakjes en tuttig opgestoken haren mengt het duo zich te pas en te onpas in de discussie en het programma. Met een droog Twents accent rebbelen de dames over het podium en tussen het publiek door: altijd een vraag of grap bij de hand. Over dat je lichte delicten ‘nauwelijks meer’ een delict kunt noemen, dat je dus ‘never nooit meer’ kritiek mag geven op je Oio, ‘qua faalervaring’. De melige scherpte van de dames slaat aan bij de opleiders die enthousiast meedoen met de rituele ochtendbegroeting: “Ga allemaal staan, draai een kwartslag, sla je buurman of vrouw op de schouder en roep ‘Wat fijn dat jij er bent!’.” Op het einde van de dag wordt het duo beloond met een langdurig applaus.

Dag van de opleider OM

Fysieke allergie

Na de lunch kan er gekozen worden uit vier workshops: werken met kernkwadranten, het geven van feedback, de stereotypen van ons brein en ‘opleiden met energie’. “Je kunt de kwadranten zien als een handzaam model om moeilijke situaties met Oio’s vlot te trekken”, legt organisatieadviseur Joost Oude Groen uit. Oude Groen is goed bekend met de rechterlijke macht, hij heeft al zo’n twintig jaar op diverse plekken bij het OM en de rechtspraak gewerkt. “Het gaat steeds over jezelf in relatie tot de ander: kernkwaliteit, valkuil, uitdaging en allergie, alle vier zeggen ze wat over de verhouding tussen Oio en opleider.” Als iemand in je allergie zit, uit zich dat vaak in een fysieke reactie, legt hij uit. “Maar dat is moeilijk te duiden. Hoe benoem je dat? Probeer eens de kwaliteit van de ander te zien die schuilt achter jouw allergie.” De voorbeelden van de werkvloer laten niet lang op zich wachten. “Hoe ga ik om met iemand die volledig in mijn allergiezône zit?”, vraagt een opleider. “Ze is drammerig, blind ambitieus en begint te huilen als ik haar op haar gedrag aanspreek.” Oude Groen vraagt welke kernkwaliteit deze vrouw heeft. “Ze is heel volhoudend, gedreven en weet precies wat ze wil.” En wat is dus haar uitdaging? “Om een stapje terug te doen, meer balans te vinden.” Als je er op deze manier naar elkaar kijkt, kan dat helpen. “Het is geen toverformule, maar wel handig.”

Dat vindt achteraf ook Renée van Geloven, officier bij het Haagse parket. “Ik vond het heel goed hoe we in korte tijd verschillende toepassingen uit ons werk als opleider bespraken.” Het idee dat achter een allergie vaak een kernkwaliteit zit, vindt Van Geloven aansprekend. “Dat is handig om in mijn achterhoofd te houden. Ik moest meteen denken aan een Oio die me wel eens irriteert omdat ze vaak ‘nee’ zegt en werk afschuift. Maar haar kwaliteit is natuurlijk dat zij haar werkdruk heel goed afschermt. Ik heb daar zelf juist moeite mee.”

Drama-driehoek en feedback

Ook de workshop van organisatiecoach Roel Breuls gaat over de interactie tussen de interactie tussen opleider en oio. Op welke momenten verlies je energie tijdens dit contact en hoe voorkom je deze ‘energie-drains’? Breuls laat de deelnemers kennis maken met de methode van de Drama-driehoek. Belangrijk zijn de begrippen ‘professionele autonomie’ en ‘verantwoordelijke autonomie’. Het geven van effectieve feedback is de focus van de workshop die trainer Anouk Damen verzorgt. Een goede terugkoppeling is cruciaal voor het begeleiden van oio’s in hun ontwikkeling en leeropbrengst. Via het nabootsen van praktijkgerichte situaties traint Damen de opleiders in vaardigheden zoals zuiver waarnemen en zelfreflectie. En geeft ze concrete tips voor op de werkvloer.

Het herkennen van stereotypen in onze manier van denken is het thema van de workshop gegeven door Barbara Bos en Elsa van de Loo van het College van de Rechten van de Mens. Het brein zet ons voortdurend op het verkeerde been in de manier waarop we kijken en oordelen, laten zij zien met een reeks voorbeelden. Donkere mensen worden anders beoordeeld dan blanke mensen, mannen anders dan vrouwen, veel vaker dan je denkt. “Dit vlakje op een schaakbord lijkt veel lichter dan dat andere, maar ze hebben allebei dezelfde kleur. Het ene blokje lijkt lichter omdat de blokjes er omheen donkerder zijn. De context bepaalt veel”, toont van der Loo. Ook het zuiver kijken en oordelen als opleider heeft alles te maken met het zien van deze context, benadrukt ze. “Wees je daar van bewust. Stel dat je het optreden van een Oio op zitting gaat beoordelen en vlak daarvoor zegt een collega iets positiefs of negatiefs over de Oio. “Beïnvloedt dat de manier waarop jij daarna gaat kijken en oordelen?”

Surinaamse stereotypen

Die invloed is er, denkt Louise Roseval. Zij was lange tijd officier en opleider bij het Amsterdamse parket en sinds kort landelijk adviseur opleidingen bij SSR. Vanwege haar Surinaamse achtergrond was Roseval lange tijd een bijzondere verschijning in de rechterlijke macht. “Ik ben daarom vaak geïnterviewd. Ik had daar ook wel eens last van. Mijn opleider zei regelmatig ‘Wat ben je vrolijk, je neemt het niet zo serieus’. Dat vond ik een hele rare aanname. Ik ben gewoon een vrolijk iemand. Zou dezelfde opleider dat ook zo tegen een andere Oio zeggen?” Zelf probeerde ze daarom als opleider altijd extra objectief te zijn. “Bijvoorbeeld dat ik geen verschil maak tussen mannen en vrouwen.” Want ook daar bestaan in het OM aardig wat stereotypen over, vindt ze. “Van mannelijke Oio’s en officieren wordt veel vaker gezegd dat ze zo goed staan in de zittingszaal. Stevig, met een donkere stem.” Om die vooroordelen te doorbreken is het goed om een Oio met meerdere beoordelaars tegelijk te bekijken, stelt Roseval. “Dan kun je samen een balans vinden.” De eerste ‘Dag van de opleider voor het OM’ vond ze heel geslaagd. “Ik heb veel prikkelende dingen gehoord. En je wisselt ervaringen uit met collega’s van andere parketten, die vaak kampen met dezelfde dilemma’s. Op zo’n dag vind je elkaar.”

Dag van de opleider OM 2019

In 2019 vindt de Dag van de opleider OM plaats op 4 juni 2019. Het programma is nu in ontwikkeling en wordt in de loop van 2019 bekend gemaakt. Meer informatie hierover volgt in onze nieuwsbrieven, op de SSR-website en op deze pagina.

Terug naar het nieuwsoverzicht