Hoge opkomst bij veelzijdige themadag Privacy

Een uitverkocht huis. Prikkelende plenaire lezingen en themasessies vol concrete casussen. De SSR-themadag ‘Privacy’ op 28 september over de gevolgen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) viel goed in de smaak. Wie is er verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens op een Facebookpagina? En wat is precies de Europese dimensie van deze EU-verordening? DE AVG roept genoeg vragen op bij rechters, officieren en andere professionals.

Roland de Moor nam zelf contact op met SSR eind vorig jaar. Of de aankomende invoering van de AVG geen mooi thema was voor een bijeenkomst? Daar hoefde SSR niet lang over na te denken. Initiatieven vanuit de rechterlijke macht worden altijd graag in overweging genomen. Zeker als de initiatiefnemer voorzitter is van de landelijke expertgroep Europees Recht. De AVG heeft immers een nadrukkelijke Europese dimensie. “Wat kun je als rechter verwachten van de nieuwe privacywetgeving? Dat was de belangrijkste insteek”‘ vertelt De Moor, die naast voorzitter van de expertgroep ook senior raadsheer Handel is bij gerechtshof ’s Hertogenbosch. Samen met advocaat Marte van Graafeiland verzorgde hij op de themadag de workshop ‘Privacy-rechten van betrokkenen’.

Themadag uitverkocht

Deelnemers aan de themadag het besef bijbrengen dat de AVG vaker van toepassing is dan ze denken. Dat doel had dagvoorzitter Peter Blok, hoogleraar Octrooirecht & Privacy en raadsheer gerechtshof Den Haag, zich vooraf gesteld. Is dat gelukt? “Ik heb zeker het idee dat de aanwezigen het gevoel er aan overgehouden hebben dat de nieuwe wetgeving relevant is voor hun werk.” Dat besef bleek uit de hoge opkomst. “We wisten niet goed hoeveel belangstelling er zou zijn”, zegt Blok. “We hadden gehoopt op 100 deelnemers, het werden er 150, we waren uitverkocht.”

‘Blijf kritisch op techniek’

De dag begon met enkele algemene inleidingen. ‘Waar gaat het over, wanneer is het van toepassing, wat komen we tegen?’, waren vragen die werden beantwoord. Aleid Wolfsen, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, verzorgde volgens Blok een mooie ‘algemene opwarmer’. “Hij beantwoordde vragen als ‘Waar komt de nieuwe regelgeving vandaan, wat is de gedachte daarachter?’.” De tweede plenaire spreker, onderzoekhoogleraar Mireille Hildebrandt, waarschuwde dat er in de huidige samenleving te makkelijk op de techniek wordt vertrouwd. Steeds meer burgers en bedrijven krijgen te maken met geautomatiseerde procedures en methoden. “Vertrouw als rechter niet op de wijsheid van deze techniek, blijf zelf kritisch als rechter”, luidde haar boodschap.

Aparte cursus?

Hildebrandt wees haar publiek onder meer op een regel in de AVG die een verbod legt op beslissingen die uitsluitend geautomatiseerd worden genomen. Bijvoorbeeld als een online kredietverlener puur op basis van een digitaal gegenereerd profiel besluit iemand wel of geen krediet te verlenen. Ze stelde ook het begrip kunstmatige intelligentie ter discussie. Een vage term in haar ogen, die voor veel onduidelijkheid zorgt. “Heel interessant”, vond Blok de bijdrage van Hildebrandt. “Dat gold ook voor andere deelnemers: ‘Hier willen we meer van weten’. Misschien kan SSR een aparte cursus aanbieden over de technische aspecten van de privacywetgeving.”

Gegevens Facebookpagina

In de middag konden de deelnemers kiezen uit vier gespecialiseerde workshops per rechtsgebied. De workshop van Roland de Moor ging over de rechten van betrokkenen. “’Hoe oordeelt de rechter daarover?’ Bijvoorbeeld wanneer een beheerder van de Facebookpagina van een hogeschool zich erop beroept dat hij niet formeel verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens op de pagina. In het bijzonder het gebruik – zonder dat de gebruikers dat weten – van ‘cookies’. “De beheerder zegt dat hij niet verantwoordelijk is voor de gegevensverwering door Facebook “, aldus De Moor. “Maar het Europees Hof van Justitie oordeelde dat de beheerder wel (mede)verantwoordelijk was. Immers, uit de gebruikersdata konden uiteindelijk specifiek studentengedrag herleid worden. Daarmee was er volgens het Hof sprake van gegevensverwerking. En was de bijbehorende wet- en regelgeving voor privacy van toepassing.”

Onterecht op zwarte lijst

Een tweede case ging over het ten onrechte opnemen van klanten als fraudeur in een register van een bank of verzekeraar. Zelfs al heeft de klant geen direct nadeel van de vermelding op deze zwarte lijst, dan nog is er de mogelijkheid dit te laten toetsen bij de rechter. Of om de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen actie te ondernemen tegen deze financiële dienstverlener. “In de AVG worden de rechten van betrokkenen scherper geformuleerd”, stelt de Moor. “Dus is de kans dat toezichthouders optreden groter. Ook de samenwerking tussen de verschillende nationale toezichthouders neemt toe. Door Internet en andere ontwikkelingen zijn privacykwesties vaker grensoverschrijdend.”

Internationale dimensie

Maakt deze groeiende internationale dimensie het voor rechters in Nederland lastiger om te oordelen over privacyzaken? Bijvoorbeeld omdat de hoofdvestiging van een in Nederland aangeklaagd bedrijf in Engeland staat? “Het wordt deels complexer, deels eenvoudiger”, reageert De Moor. “Voorheen ging het om een richtlijn en was er voor rechters uit de lidstaten soms meer ruimte om eigen keuzes te maken op basis van de nationale implementatiewetgeving.” Nu het een EU-verordening is geworden kan dat niet meer. “Maar dat maakt het in zekere zin overzichtelijker: rechters moeten zich steeds houden aan de interpretatie op Europees niveau door het Hof van Justitie. Het is wel zo dat de Europese regelgeving en jurisprudentie van het Hof extra complex is.”

Veel blijft hetzelfde

De vragen uit de zaal tijdens de workshop waren vooral praktisch. ‘Hoe moeten we omgaan met het overgangsrecht? Welk recht geldt in dit geval?’, wilden veel collega’s weten.” De Moor en Van Graafeiland konden hun publiek in grote lijn geruststellen, merkte hij. “Er blijft veel hetzelfde als in de oude praktijk. Marthe als bestuursrechtjurist en ik als civilist lieten zien dat de bestuursrechter en de civiele rechter onder de AVG dezelfde regels op dezelfde wijze – zullen gaan – toepassen. Voorheen waren die begrippen en interpretaties soms ietwat gescheiden, door de verordening vallen ze veel meer samen. Dat is een prettige gedachte.”

Workshops per rechtsgebied

Naast de Europees gekleurde workshop van De Moor waren er ’s middags nog drie andere themasessies, over de gevolgen van de nieuwe wetgeving voor de rechtsgebieden Civiel, Bestuur en Straf (*). De workshop Civiel besteedde onder meer aandacht aan het ‘recht op vergetelheid’ en de versterkte rol van de Autoriteit Persoonsgegevens. De workshop Bestuur ging in op de toename van grensoverschrijdende privacyzaken en de gevolgen daarvan voor de rol van de Nederlandse bestuursrechter. Tijdens de workshop Strafrecht lag de nadruk op de bijzondere status van dit rechtsgebied: hiervoor geldt niet de AVG maar de Richtlijn gegevensbescherming politie en justitie. Dit werd onder andere geïllustreerd met de vraag of onrechtmatig verkregen DNA als bewijs kan dienen.

Jaarlijkse actualiteitendag

Blok wees als dagvoorzitter tenslotte nadrukkelijk op het nieuwe EU-studiemateriaal over de privacywetgeving dat nu beschikbaar is op de SSR-site. “Heel interessant”, vond de Moor de themadag. “Ik vond het ook goed dat Aleid Wolfsen de Autoriteit Persoonsgegevens in persoon vertegenwoordigde. Dat laat zien dat de toezichthouder hier belang aan hecht.” Blok sluit zich daarbij aan. Over de lezing van Mireille Hildebrandt werd nog veel gesproken. Blok kan zich voorstellen dat de SSR op twee manieren een vervolg geeft aan deze eerste themadag. “Met een basiscursus voor professionals die helemaal nieuw kennis maken met de privacyregelgeving, met als basisvraag ‘Waar gaat het over?’. Daarnaast zie ik een jaarlijkse Actualiteitendag voor me om de nieuwste ontwikkelingen te bespreken. Gezien de grote belangstelling voor vandaag lijkt daar animo voor te zijn.”

(*) Interviews met de workshopleiders van genoemde rechtsgebieden leest u via onderstaande links:

Martine van der Staak (universitair docent) – workshop strafrecht

Rob Widdershoven (hoogleraar Europees bestuursrecht) – workshop bestuursrecht

Doeke Kingma (raadsheer) – workshop civiel recht

Terug naar het nieuwsoverzicht