Symposium voor de magistraat van morgen 2019

Hoezo NIET vanzelfsprekend?! Het gezag van de magistraat onder druk.’ Met deze titel en ondertitel trok het ‘Symposium voor de magistraat van morgen 2019’ nog meer belangstellenden dan vorig jaar. Op vrijdagmiddag 1 november stroomde de grote zittingszaal van de Hoge Raad in Den Haag vol met ruim 120 rechters in opleiding (rio’s), officieren in opleiding (oio’s) en betrokkenen bij de opleiding zoals praktijkopleiders, en raadsheren en juristen van de Hoge Raad.

 “70% van de Nederlanders heeft veel vertrouwen in de rechtspraak. Wat is dan het probleem? Daar gaan we het vandaag over hebben”, startte dagvoorzitter Ybo Buruma, raadsheer bij de Hoge raad. Gerard Tangenberg, voorzitter van het College van Bestuur van SSR: “Van buitenlandse collega’s hoor ik dat het voor rechters in sommige landen niet vanzelfsprekend is dat ze hun salaris ontvangen, veilig over straat kunnen en onafhankelijk kunnen rechtspreken. Dat relativeert de problematiek in Nederland. Maar het is belangrijk om in de gaten te houden hoe het rechterlijk gezag ook in ons land kan afbrokkelen. Op Prinsjesdag kwam het woord rechtsstaat dit jaar zes keer voor in de toespraak van de koning. Vorig jaar was dat vier keer en het jaar daarvoor eenmaal. Dat geeft wat aan. Als er niets aan de hand zou zijn, zou het onderwerp niet zo vaak voorbijkomen. Er is alle reden voor waakzaamheid. Ook moeten we ons werk zó goed doen dat er voor mensen geen reden is om naar alternatieven zoals e-Court te zoeken.”

 Stevige fundament voor gezag behouden

“Gezag moeten we verdienen”, stelde Maarten Feteris, president van de Hoge Raad. “Het is van belang dat we het stevige fundament voor gezag voor de rechtspraak in Nederland zien te behouden. Ten eerste door onze verhouding tot de andere staatsmachten te kennen. Wanneer de rechter stelselmatig buiten de grenzen van zijn rechtsvormende taak gaat, zal dat vroeg of laat tot spanning met de wetgever leiden. De kans is groot dat dit uiteindelijk het gezag van rechterlijke uitspraken zal aantasten. Omgekeerd geldt hetzelfde voor een magistratuur die geen positie inneemt en de oren laat hangen naar de wil van de uitvoerende macht. Ook is het belangrijk om een medewerkersbestand te hebben dat een afspiegeling is van de maatschappij. Wat betreft culturele afkomst zijn we er bijvoorbeeld nog lang niet, kijk maar om u heen. Daarnaast dienen we onze vakkennis state of the art te houden. Ik weet dat het er snel bij inschiet, maar het mag geen sluitpost zijn. Kennis bijhouden moeten we doelgericht plannen. Ook dienen we goed te communiceren door scherp en aandachtig te luisteren en helder te schrijven bijvoorbeeld. Zodat het publiek onze rechtspraak begrijpt.”

Maatschappelijk draagvlak voor beslissingen vergroten

“Het maatschappelijk draagvlak voor onze beslissingen en ons gezag kunnen we vergroten door meer rekening te houden met de historische grondslagen van ons recht,” stelde Marc de Werd, raadsheer in het gerechtshof Amsterdam en sinds 2019 hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam. “De Italiaanse Hoge Raad heeft in een arrest van 15 april dit jaar morele uitgangspunten geformuleerd over de medische aansprakelijkheid van artsen na een onjuiste diagnose. Hierbij heeft de Corte Suprema teruggegrepen op een boek van Marguerite Yourcenar over de dood van de Romeinse keizer Hadrianus. Het arrest illustreert hoe we een verbinding kunnen leggen tussen het verleden en heden. Tegelijk toont het voorbeeld ook de valkuilen waarvoor we moeten oppassen. Want Yourcenar is als vertolkster van een bron uit de Oudheid niet betrouwbaar. De vraag is dus wel: hoe kunnen rechters het verwijt vóór blijven dat zij de historische grondslagen van ons recht verkeerd of eenzijdig interpreteren en waarderen?”

 

Maat vinden in beslissingen

“Gezag verwerven we ook door integer te zijn”, aldus Diederik Greive, directeur Parket-Generaal en per 18 november hoofdofficier van justitie Noord-Nederland. “En dan gaat het er niet zozeer om dat we ons afvragen of we als rechter of officier van justitie een boekenbon mogen aannemen. Veel meer dan ons aan regels houden, gaat het erom dat we in een zaak bijvoorbeeld de maat weten te vinden in relatie tot de ernst van wat iemand heeft gedaan. Hoe zorgen we ervoor dat we iedereen een gelijke kans geven om tot zijn of haar recht te komen?”

“Het idee dat veel rechters met me delen, is dat jongere rechters harder straffen en dat de samenleving dit ook wil. Daar is wel wat op af te dingen”, stelt oud-rechter Frank Wieland, die onder meer voorzitter was in de strafzaak tegen Willem Holleeder. “Mensen zien verdachten al snel als duivels, totdat hun eigen buurjongen of neef terechtstaat. Ze voelen dan veel meer mee met de verdachte als die een straf boven het hoofd hangt. Er is ook niemand bij gebaat als een ex-veroordeelde na een lange straf rancuneus terugkeert in de samenleving en veel last heeft van zijn zware veroordeling.

Ik vind dat de rechten van slachtoffers veel te lang zijn verwaarloosd, maar inmiddels nemen ze een steeds ongemakkelijker positie in. Waar het spreekrecht eerst inhield dat slachtoffers mochten spreken over de gevolgen die het ten laste gelegde feit bij hen had veroorzaakt, mogen ze nu alles zeggen. Het slachtofferverhaal is vaak erg gekleurd door frustratie en verdriet. Soms leidt het tot het schofferen en beledigen van de verdachte. En in tegenstelling tot de officier van justitie maakt de advocaat van het slachtoffer nu echt de zaak. We moeten ons in de rechtspraak niet gek laten maken door de harde lijn die de samenleving wellicht wil. Bij een van de weinige keren dat ik levenslang oplegde, zag ik dat de veroordeelde zijn hoofd liet hangen en dacht ik: ‘wat heb ik gedaan?’ Een journalist die me daarna interviewde en bij het stellen van een vraag even niets van me hoorde, vroeg me of ik verkouden was. Ik zei: ‘nee, ik huil.’” En het werd muisstil in de zaal.

Terug naar het nieuwsoverzicht