Dag van de opleider: “Wat aandacht krijgt, groeit”

Praktijkopleiders kregen vorige week op de interactieve en afwisselende Dag van de opleider praktische handvatten voor het stimuleren en opleiden van rechters in opleiding. Het ging over feedback, feedup en feedforward en de werkelijkheid die anders is dan je denkt.

Een opleider kan vragen: wat is mis met jou, maar hij kan ook vragen: wat is er goed aan jou? Hij kan zeggen: hoe kunnen we dat verhelpen; hij kan ook zeggen: hoe kunnen we dat versterken? Die positieve toon kenmerkt de goede opleider, wil sociaalpsycholoog, auteur, spreker en ‘creatieveling’ Pieter van der Haak maar zeggen. “We zijn op de goede weg werkt beter dan we zijn er nog niet. Wat aandacht krijgt groeit”, vertelt Van der Haak aan zo’n 180 praktijkopleiders in het Utrechtse Beatrixgebouw.

Op donderdag 5 maart organiseerde SSR weer de jaarlijkse Dag van de opleider, dit jaar onder de noemer: “Hoe concreter, hoe beter! Over feedback, feedup en feedforward.” Bij de positieve psychologie van het werken aan het zelfvertrouwen bij rechters in opleiding (rio’s), past volgens sociaalpsycholoog Pieter van de Haak niet de traditionele feedback. “Ik weet niet of u thuis weleens feedback krijgt, maar dan voel je je meteen schuldig. Je hebt iets fout gedaan. Je wordt er niet altijd beter van, zullen we maar zeggen. Het krenkt niet zelden ons ego. Feedback gaat over het verleden; daar kun je niets meer aan doen. Feedforward gaat over de toekomst; daar hebben we nog invloed op. Feedback is doorgaans ongevraagd en verhoogt de spanning, feedforward is altijd gevraagd, is er erop gericht om de gevraagde adviezen te delen en geeft bijna altijd plezier.”

Zitten zeuren

“Ik kende fastforward van de oude cassetterecorder, maar feedforward was nieuw”, lacht opleider en senior rechter Coert Bouwman. “Dat is het nut van een dag als deze. Je hoeft geen psycholoog te worden, maar het is wel handig om eens in het jaar bijgepraat te worden en je te realiseren waar je als opleider op moet letten. Het gaat daarbij niet alleen om het weten, maar ook dat je ermee leert omgaan.” Overigens is Bouwman niet zo vreselijk onder de indruk van feedforward. “Het is niets anders dan feedback; het verschil zit hem in de manier waarop je die geeft. Je moet oog hebben voor de toekomst, dat is het eigenlijk. Feedback heeft alleen zin als een rio open staat voor de boodschap. Het gaat er niet om dat je het ze vertelt, maar dat het aankomt. Daarvoor is het van belang dat je de feedback goed brengt en dat je duidelijk laat zien wat een rio goed heeft gedaan. Het gebeurt vaak genoeg dat ze twintig dingen prima hebben gedaan en één wat minder, en dan ga jij zitten zeuren over de ene ding. Dat is weinig motiverend.”

Tijd geven

Het belang van feedback is heel groot, maar pas op dat het geen kunstje wordt, waarschuwt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk. “De ik-boodschap kan zo’n kunstje worden, net als de sandwichformule (goed nieuws, slecht nieuws, goed nieuws, red.). Mensen luisteren dan helemaal niet naar je, ze zitten al in de weerstand op die ene maar…. te wachten. ”Hoe je die muur doorbreekt? De Nijmeegse hoogleraar en auteur van boeken als Je bent wat je doet en Collega’s en andere ongemakken geeft het antwoord: “Weerstand is ingebakken en je moet mensen de tijd geven. Duw dus niet per se door. Je doel is namelijk niet dat je het hebt gezegd, maar dat het aankomt. Daarvoor is contact nodig. Je moet daarbij zacht op de relatie en hard op de inhoud zijn. Die kunst beheersen helemaal niet zoveel mensen. Stel doelen en wees heel concreet, want alleen dán veranderen mensen hun gedrag. Wat, wanneer, waar, hoe en met wie?”

Eigen beperkingen

Loesje zegt: “Je moet niet alles geloven wat je denkt”, en daar is hoogleraar Roos Vonk het roerend mee eens. Dat is vandaag ook de boodschap van workshopbegeleider Ad Bastiaanse, die wil dat de rio-opleiders “op zoek gaan naar wat er niet klopt in hun persoonlijke communicatiestijl”, en gaan rommelen in hun rechter hersenhelft (de plek van de creativiteit en het inzicht). Bastiaanse laat in zijn presentatie onze twee hersenhelften met elkaar bakkeleien. De rechters in de zaal ondervinden dat hun waarnemingen ook niet alles zijn als Bastiaanse een truc met twee bekers uithaalt – gevuld met water of niet? – en een reclamefilmpje van Skoda laat zien waarbij alles verandert behalve de Skoda. “Je wordt geconfronteerd met je beeld dat niet klopt. In die zin is het verhaal van Bastiaanse een eyeopener”, zegt senior rechter en kernopleider René Steenbergen. “Je leert ervan dat je je als rechter bewust moet zijn van je eigen beperkingen, en de tweede keer net een beetje anders naar een zaak moet kijken dan je de eerste keer hebt gedaan. De werkelijkheid kan namelijk anders zijn dan je denkt dat zij is.”

Effectieve interventies

Ad Bastiaanse geeft niet als enige een workshop tijdens de Dag van de opleider; over twee verdiepingen worden in het Beatrixgebouw in totaal acht workshops gegeven. SSR-trainers Cees van Leeuwen en Frans van Arem bespreken wat komt kijken bij het leiden van een goede zitting. Waar kunnen rio’s problemen mee hebben en wat zijn effectieve interventies? Adviseur Theo Visser vertelt hoe mensen leren en wat hen drijft om beter te worden in hun vak. Talent en geestdrift gaan daarbij hand in hand. En opleiders denken mee bij het leren schrijven van uitspraken in het bestuursrecht, strafrecht, familierecht en civiel recht. Wat is goed schrijven?

Rio helpen

“Je kunt niet vaak genoeg horen hoe je een rio kunt stimuleren om te leren”, zegt Joke Halk, SSR-lector civiel recht en senior rechter en bedenker van de workshop over het schrijven van een ordentelijk civiel vonnis. “Voor mij staat in deze workshop centraal wat je als opleider kunt doen om je rio te helpen. Ik heb daarvoor een geanonimiseerd vonnis gebruikt dat als huiswerk is gemaakt voor de cursus civiel vonnis. Daarin heb ik fouten uit verschillende vonnissen samengebracht, zodat het aan alle kanten rammelt.

Als je iemand opleidt dan zijn fouten niet erg; het hoort erbij. Waar het om gaat is: als een rio zo’n uitspraak schrijft, wat kan hij of zij dan nog niet? Wat moet je nog leren om het de volgende keer wél goed te doen. Ik ben zelf eind jaren 80 slecht begonnen op de opleiding en ik was bang dat ik het niet zou halen. Gelukkig waren er opleiders die de moeite namen om in mij te investeren. Een president bij een andere rechtbank zei: “O, maar jij kunt het wel hoor. Als het niet lukt, kom je maar hierheen, dan leer ik het je wel”. Dat hoefde gelukkig niet, maar ik vond het zó fijn dat iemand mijn vangnet wilde zijn. De rio’s van nu kunnen investerende opleiders – en in een enkel geval een vangnet – net zo goed gebruiken.”

Ook in 2021 organiseert SSR weer een Dag van de Opleider voor de Rechtspraak. Nadere informatie volgt op de SSR-website en in onze nieuwsbrieven. SSR organiseert op 2 juni ook een Dag voor de opleider voor het Openbaar Ministerie. Meer informatie hierover leest u hier.

Terug naar het nieuwsoverzicht