Week van de Opleiding: “Een frisse blik is belangrijk”

De Week van de Opleiding (15-18 november) werd niet in Villa Jongerius afgesloten met een borrel, maar bood wel volop digitale workshops en presentaties. Vier dagen lang kregen opleiders tips en trucs aangereikt voor het coachen van rio’s. Wat gebeurde er op de laatste dag?

“Het is belangrijk om lachers te hebben, maar dan moet er wèl humor worden gemaakt”, zegt Sibe Doosje, docent (positieve) psychologie bij de Universiteit Utrecht. En waarom zouden praktijkopleiders van rechters/raadsheren in opleiding (ri(h)o’s) daar niet (ook) voor zorgen? “Verbindende humor is een energizer. U moet de waarde ervan niet onderschatten. Humor is belangrijk bij het opleiden”, aldus de oprichter van het Humorlab.

Lekker lachen

Het was de bedoeling dat Doosje zijn 25-koppige publiek in de Utrechtse Villa Jongerius zou onderhouden over humor en opleiden, maar daar stak corona een stokje voor. Voor de Rotterdamse strafrechter en praktijkopleider Daphne van Dooren geen reden om af te haken, “maar het was wel jammer dat de workshop niet fysiek was. Humor leent zich voor live publiek.” Humor in de rechtszaal is trouwens geen onderwerp dat vaak voorbijkomt in vakinhoudelijke cursussen. “We zitten in een serieuze werkomgeving. Juist dan is het goed om af en toe lekker te kunnen lachen. In eerste instantie met je collega’s, hoewel je humor ook wel kunt inbrengen in de zittingszaal. Soms kan een grapje helpen, maar je moet wel vrij zeker van je zaak zijn”, lacht Van Dooren.

Rollen omdraaien

Strafrechter Van Dooren kan zich voorstellen dat verbindende humor in de opleiding kan helpen om de sfeer te verbeteren. “Als je voelt dat de rio onder druk staat zou een lach kunnen helpen, maar ik ben eigenlijk veel bewuster bezig met communicatie. Je probeert een veilige omgeving voor rio’s te creëren en gaat het gesprek aan. Een tip aan het einde van de workshop ging daarover: stap samen de helikopter in. Kijk met z’n tweeën van boven naar beneden. En: draai de rollen eens om. Hoe zou het voor mij nu zijn als ik die ander was?”

Met pensioen

De opleiding van rechters en raadsheren is urgent door het huidige rechterstekort en de toekomstige uitstroom. In 2022 vertrekken 80 rechters en raadsheren, in 2025 zullen dat er 120 zijn. De jaren erop gaan jaarlijks meer dan 100 rechters en raadsheren met pensioen. Dit jaar zijn voldoende r(h)io’s ingestroomd (130) om het tij te keren, maar voor 2022 stagneert de instroom. Volgend jaar moeten 143 r(h)io’s worden opgeleid om de meerjarige behoefte te kunnen opvangen. Tijdens de workshop Vergroten van de opleidingscapaciteit van het Kwaliteit Portefeuillehoudersoverleg (KPO) vertelde senior beleidsadviseur HRM bij de Raad voor de rechtspraak Thomas Vellinga dat het er in 2022 zeer waarschijnlijk 130 worden.

Heel jammer

Het loopbaanpad voor juridisch medewerkers naar het rechterschap biedt mogelijkheden om voldoende nieuwe rechters in huis te halen, maar daarvan wordt nauwelijks gebruikgemaakt. “Ze moeten een paar jaar buiten de organisatie hebben gewerkt, en daar stuit het veelal op af. Dat is heel jammer, want je hebt vaak genoeg een juridisch medewerker naast je van wie je denkt: we kunnen net zo goed omruilen; dat zie ik je gewoon zo doen”, aldus een Overijsselse kantonrechter, één van de deelnemers  aan de workshop Vergroten van de opleidingscapaciteit.

Veel veranderd

Er is sinds de Dag van de Opleider vorig jaar maart flink wat veranderd in de rio-opleiding. Er zijn nieuwe cursussen en de beoordelingscriteria zijn herzien. Tegelijk is er door corona in de opleiding minder menselijk contact. “Team initieel ZM van SSR is doorlopend bezig om de cursussen actueel en kwalitatief goed te houden”, vertelde SSR-cursusmanager Myrthe van den Broek tijdens de workshop Ontwikkelingen in de Rio-opleiding. “Een aantal cursussen is inmiddels volledig herzien. Sinds vorig jaar hebben we de cursus Oordelen met vooroordelen, die gewijd is aan vooringenomenheid en hoe je daarmee omgaat als rechter. “Ook op het vlak van beoordelen is veel veranderd”, gaf beoordelingsadviseur Cynthia Lammers aan. “Voorheen hadden rio’s standaard een gesprek met een beoordelingscommissie van drie leden en een beoordelingsadviseur, tegenwoordig kan dat ook een gesprek met één commissielid en een adviseur zijn. Daarnaast is het aantal beoordelingscriteria teruggebracht van 75 naar 69. Om de administratieve last bij opleiders te verminderen, is het daarnaast niet meer verplicht om de eerste drie maanden in een leerwerkomgeving schriftelijk feedback te geven.”

Laatste redmiddel

Oordelen met vooroordelen is niet alleen essentiële kost voor rechters in spe, ervaren rechters kunnen er ook baat bij hebben. En dus stond het geesteskind van schrijver en universitair docent aan de VU Sinan Çankaya ook op de laatste dag van de Week van de Opleiding op het programma. “Hij vertelde een ongemakkelijk maar essentieel verhaal”, reageert bestuursrechter Antoon Mosheuvel. Rechters zijn volgens Çankaya het “laatste redmiddel van de burger” die “cumulatieve ongelijke effecten kunnen verstoren en/of terugdraaien”, maar die in de praktijk “verdachten op wie ze lijken gunstiger behandelen.” Vrouwe Justitia is allesbehalve blind, wil Çankaya maar zeggen.

Voortdurend bewust

“Çankaya heeft mij aangespoord om kritisch op mijzelf te blijven”, zegt de Bossche rechter Mosheuvel, die zich met 49 anderen had ingeschreven voor Çankayas workshop. “Ik ben een witte man. Verhalen over discriminatie ken ik alleen uit tweede hand. Juist ómdat ik er niet vanzelf iets van meekrijg, moet ik er voortdurend bewust aandacht voor hebben. Het gaat om een manier van onderscheid maken zonder dat je je dat realiseert. Ik heb niet het idee dat ik niet objectief naar mensen kijk, maar de workshop Oordelen met vooroordelen heeft mij geleerd dat ik dat misschien onbewust toch doe. Dat is ernstig, want je wordt geen rechter om ongerechtvaardigd onderscheid te maken.”

Goede plek

Strafrechter in Noord-Holland en lid van de landelijke beoordelingscommissie rio’s (LBR) Mathilde Groenendijk voelt zich niet geroepen om het eens of oneens te zijn met wetenschapper Çankaya. “Hij was met opzet ongenuanceerd. Maar ik denk dat het wijs is voor rechters om juist in deze discussie een stapje terug te doen en bij jezelf te rade te gaan. Van mijzelf weet ik dat ik weleens verbaasder was als ik een jongen van het gymnasium voor mij kreeg, dan wanneer iemand uit een achterstandswijk voor mij stond. Ik benader het delict niet anders, maar mijn benaderingswijze hangt meer af van iemands persoonlijkheid. Als strafrechter bedenk ik mij vaak: het is maar net waar je wiegje heeft gestaan. Het is makkelijk praten als je wieg op de goede plek stond. Bij verreweg de meeste rechters stond hij daar ook.”

Professionele gesprek

Als trouwens één workshop het had verdiend om te worden gepresenteerd in de Utrechtse Villa Jongerius, dan was het wel die van Sinan Çankaya, vindt rechter Groenendijk. “Dit is echt zo’n onderwerp dat moet indalen en waarover je met elkaar wilt en ook moet napraten. Het is helemaal niet nieuw wat ik zeg, maar het onderwerp leent zich bij uitstek voor het professionele gesprek. Het is heel goed dat de cursus Oordelen met vooroordelen ook een essentiële leeractiviteit in de rio-opleiding is. Het onderwerp zou in het curriculum van rechters moeten zitten.”

Frisse blik

Managementadviseur Aart Bontekoning sloot de middag af met zijn Generatietheater, waarin allerhande manieren de revue passeerden om de generatiediversiteit in deze tijd van vergrijzing goed te benutten. Niet zelden leidt die diversiteit tot vertraging en frictie. Dat herkent de Limburgse familierechter Linda Bastiaans wel. “Ik ben uit 1986, dus relatief jong, en merk dat er veel verschillen zijn binnen de Rechtspraak. Je komt rechters tegen die al dertig, veertig, jaar meegaan en niet altijd even gemakkelijk in beweging te krijgen zijn als er iets anders moet. Het is leerzaam om in de workshop een beeld te krijgen hoe mensen uit verschillende generaties denken over samenwerken en anders naar de dingen kijken. Voor mij is wel duidelijk geworden dat je respect moet hebben voor ervaring, maar dat in onze snel veranderende maatschappij een frisse blik minstens zo belangrijk is. We zouden volgens Bontekoning daarom naar een samenleving moeten waarin we willen leren van nieuwkomers.”

 

Positieve verandering

“Het was voor mij, ik ben van 1965, geruststellend om te zien dat Aart nog (net) geen rood kruis door mijn generatie zet”, lacht senior rechter in Rotterdam en opleider Coert Bouwman. En wat hij van het Generatietheater heeft opgestoken? Bouwman: “Dat het voor het werkplezier van iedereen en voor de vitaliteit van de Rechtspraak belangrijk is dat de oudere en ervaren rechters jonge rechters de ruimte geven om effectieve inbreng in de organisatie te hebben. Ervaren rechters moeten openstaan voor nieuwe ideeën van jongeren zodat kansen op verbetering van het functioneren van de Rechtspraak niet in de kiem worden gesmoord. Ervaren rechters hebben de macht om positieve verandering te bevorderen, maar tegelijk zijn zij vaak het grootste obstakel. Dat is de les zoals ik die begrijp uit het Generatietheater.”

Praktische handvatten

Tijdens de Week van de Opleiding kregen opleiders praktische handvatten aangereikt voor het opleiden en begeleiden van rio’s én werd de verbinding gezocht tussen de diverse betrokkenen bij de rio-opleiding. Een aantal van de best gewaardeerde workshops van de afgelopen jaren passeerde daartoe de revue. Samen in beweging uit 2017 bijvoorbeeld, waarin psycholoog Harold Bekkering de onderliggende principes van samenwerking tussen mensen besprak. Of Waarom apen vlooien uit 2018, waarin gedragsbioloog Patrick van Veen uiteenzette hoe we honderd jaar onderzoek uit de biologie en de sociale wetenschappenkunnen toepassen. En Als je weet wat je doet, kun je doen wat je wilt, waarin lector civiel recht bij SSR en kantonrechter Joke Halk in 2020 vertelde over de bewuste rechter.

Terug naar het nieuwsoverzicht