Civiele vordering in het strafproces, e-learning – SSR

Civiele vordering in het strafproces, e-learning

Digitale zelfstudiemodule over schadevorderingen

  • 1
    dagdeel
Vakgebied(en):
  • Cursuscode: SRRSELCV
  • Niveau: Basis
  • Aangeboden door: SSR
  • E-learning

Sneller en eenvoudiger informatie opzoeken over een civiele vordering in een strafzaak? SSR biedt hiervoor een nieuw hulpmiddel. In deze e-learning vindt u direct de benodigde informatie om de juiste beslissingen te maken in het strafproces. Het slachtoffer neemt namelijk een steeds belangrijkere plaats in bij de behandeling van strafzaken. Doordat de rechten die het slachtoffer heeft steeds verder zijn uitgebreid, neemt de complexiteit en omvang van de schadevorderingen toe.

Eén van de bevoegdheden die het slachtoffer heeft, is het indienen van een civiele vordering tot schadevergoeding in het strafproces als benadeelde partij. Steeds vaker maakt de benadeelde partij hiervan gebruik. De wetgever verwacht van de officier van justitie en de strafrechter dat zij (tot op zekere hoogte) in staat zijn een inhoudelijke visie, dan wel beslissing, over deze vorderingen te geven. Daarnaast ziet zowel de officier van justitie als de strafrechter zich geconfronteerd met de mogelijkheid de schadevergoedingsmaatregel en/of de bijzondere voorwaarde tot vergoeding van de schade op te leggen.

Voor een correcte beoordeling van de vordering van de benadeelde partij binnen het straf(proces)rechtelijke kader, is een goed begrip van de (on)mogelijkheden ten aanzien van deze vordering noodzakelijk. Ook dient u te weten hoe de civiele schadevordering zich verhoudt tot de andere mogelijke beslissingen ten aanzien van de schade in het strafproces. Deze e-learning beoogt uw kennis van en inzicht in de wettelijke regelingen (ook de civielrechtelijke) met betrekking tot door het slachtoffer geleden schade te vergroten, waardoor u op gedegen wijze kunt beslissen op de civiele vordering en een gedegen beslissing kunt nemen over de andere mogelijkheden om de schade van het slachtoffer te (laten) vergoeden.

Doel

Deze e-learning beoogt uw kennis van en inzicht in de wettelijke regelingen te vergroten met betrekking tot door het slachtoffer geleden schade. Na het volgen van deze e-learning bent u op de hoogte van het juridische kader omtrent civiele vorderingen.

De e-learning is in zeven modules opgedeeld. Iedere module beslaat een specifiek onderwerp, en dit bestaat weer uit sub-onderwerpen waarmee u effectief kunt navigeren.

U kunt deze e-learning  ook gebruiken ter voorbereiding op de cursus Civiele vorderingen in het strafproces.

Doelgroep

Rechtspraak: raadsheer, rechter, stafjurist, juridisch medewerker.
OM: advocaat-generaal, officier van justitie, assistent-officier van justitie, parketsecretaris.

Inhoud

Deze e-learning bestaat uit 7 modules:

  1. Drie schadevergoedingsmodaliteiten

    Deze module gaat over drie van de wettelijke manieren waarop een slachtoffer binnen het strafproces schadevergoeding kan krijgen. De belangrijkste is de voegingsprocedure. Die draagt een civielrechtelijk karakter, waar menig strafrechtjurist mee worstelt, ook (of juist) door de procedurele verschillen die er zijn tussen de gewone civiele procedure en de voegingsprocedure in het strafrecht. In paragraaf 2.b van deze module is daar wat uitgebreider aandacht voor. Taaie kost misschien, maar wel een investering in een beter begrip van de procespositie van de benadeelde partij en de verdachte, die zal bijdragen aan een juiste(re) behandeling van de civiele vordering in de dagelijkse strafpraktijk. Verder wordt in paragraaf 3 de schadevergoedingsmaatregel behandeld.

  2. Ontvankelijkheid

    De eerste vraag waarvoor de strafrechter zich in de voegingsprocedure ziet geplaatst, is de vraag of de benadeelde partij in de ingediende vordering kan worden ontvangen. In deze module worden de diverse wettelijke invalshoeken van (niet-)ontvankelijkheid onder de loep genomen. Ook wordt aandacht besteed aan kwesties als vertegenwoordiging en machtiging. Tot slot worden de diverse soorten (combinaties) van rechterlijke beslissingen behandeld.

  3. Stelplicht en bewijslast

    Ja: de Hoge Raad heeft beslist dat ‘de regels van stelplicht en bewijslast in civiele zaken’ van toepassing zijn op de vordering van de benadeelde partij. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? In deze module wordt het toe te passen bewijsrecht wat concreter toegelicht, met aandacht voor de eerlijkheid van het voegingsproces. Niet betwisting hoeft (en zelfs: mag) niet altijd tot toewijzing leiden.

  4. Materiële schade

    De schade waarvoor de verdachte wettelijk gezien aansprakelijk kan zijn, bestaat ‘vermogensschade’ en ‘ander nadeel’. Vermogensschade houdt in: materiële schade. In deze module wordt ingegaan op de meest voorkomende soorten materiële schade, hun (altijd vereiste) wettelijke grondslag en de wijze van begroting: o.a. zaakschade, (reis)kosten, zorgkosten, inkomensschade, “Parijs-Dakar-schade”, studievertraging, verplaatste schade en overlijdensschade (gederfd levensonderhoud en kosten lijkbezorging) passeren de revue.

  5. Immateriële schade

    De schade waarvoor de verdachte wettelijk gezien aansprakelijk kan zijn, bestaat ‘vermogensschade’ en ‘ander nadeel’. ‘Ander nadeel’ houdt in: immateriële schade. In deze module wordt ingegaan op de soorten immateriële schade die de wet kent, waaronder – inmiddels – ook affectieschade en shockschade. N.B.: alléén indien en voor zover de wet daarop recht geeft, komt immateriële schade voor vergoeding door de verdachte in aanmerking.

  6. Enkele bijzondere onderwerpen

    Veel voorkomende kwesties die bij schadebegroting een rol kunnen spelen zijn: btw, voordeelstoerekening, toekomstige schade, ‘eigen schuld’, wettelijke rente en hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarover gaat deze module over.

  7. Proceskosten

    Deze module gaat over het laatste loodje van de voegingsprocedure: de (altijd verplichte) beslissing over de proceskosten. De Hoge Raad heeft de strafrechter gewezen in de richting van de civielrechtelijke proceskostenregeling. Die voor strafrechters vaak onbekende regeling wordt uitgelegd aan de hand van wet en jurisprudentie; daarna volgt toespitsing op de proceskostenbeslissing in de voegingsprocedure.

Docent

  • mw. mr. Chantal Lagarde

    Raadsheer

Volg direct online

Met uw MIJN SSR-account kunt u deze digitale module direct kosteloos online volgen. Beschikt u nog niet over een MIJN SSR-account, neem dan contact op met de opleidingscoördinator van uw organisatie. Hebt u geen gegevens van uw opleidingscoördinator, dan kunt u deze opvragen bij de SSR Servicedesk. Voor toegang dient u wel werkzaam te zijn binnen de Rechtspraak of het Openbaar Ministerie

Stuur deze cursus door

  • Voor rio's: riobureau@ssr.nl
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.