Avondcolleges rechtspsychologie – SSR

Avondcolleges rechtspsychologie

Het interpreteren, waarderen en gebruiken van verklaringen, non-verbaal gedrag en confrontaties in strafzaken

Vakgebied(en):
  • Cursuscode: SZZSACRP
  • Niveau: Master
  • Aangeboden door: SSR
  • Eerste startmoment: wo. 03-06-2020

De rechtspsychologie kan een belangrijke bijdrage of een belangrijk inzicht leveren in de bewijswaardering. Is een bepaalde verklaring betrouwbaar, valide en geloofwaardig? Is een herkenning van een verdachte door een getuige betrouwbaar? Welke omstandigheden maken dat een herkenning betrouwbaar tot stand gekomen is? Hoe past een verklaring en/of een herkenning in verschillende alternatieve scenario’s? Deze en andere vragen komen aan bod tijdens de avondcolleges rechtspsychologie.

Doel

Na het op actieve wijze volgen van de avondcolleges bent u zich beter bewust van valkuilen die gepaard gaan bij het beoordelen van bewijs in een strafzaak. U bent beter in staat om aan de hand van de nieuwe wetenschappelijke inzichten de koppeling te maken tussen psychologische factoren en het concrete gebruik ervan in de strafrechtspraktijk.

Doelgroep

Rechtspraak: raadsheer, rechter, stafjurist, juridisch medewerker.

OM: advocaat-generaal, officier van justitie, adjunct officier van justitie, assistent officier van justitie, beoordelaar en beleidsmedewerker.

Inhoud

Tijdens de eerste avond wordt gesproken over de herkenning van een verdachte door een getuige. Een dergelijke herkenning kan gelden als bewijsmiddel. Hoewel er een voorkeur bestaat voor de zogenaamde Osloconfrontatie (line-up), mogen ook eenpersoonsconfrontaties worden gebruikt. In dit eerste college wordt betoogd dat het inzetten van herkenningen, die voortvloeien uit ‘mindere’ procedures dan een perfecte Oslo, uit den boze zou moeten zijn. Ook wordt tijdens dit college aandacht besteed aan de betrouwbaarheid van een herkenning, kijkend naar de werking van het geheugen. Na hoeveel tijd weet de getuige het uiterlijk van een verdachte nog correct te herinneren?

Tijdens de tweede avond wordt aandacht besteed aan verhoren en (valse) bekentenissen van verdachten. Een bekentenis is gevoelsmatig een sterk bewijsmiddel. Immers, als de verdachte zelf al toegeeft schuldig te zijn, dan zal het wel kloppen, toch? Niettemin is er de laatste jaren sprake van toegenomen aandacht voor het fenomeen van de valse bekentenis. Denk aan Kees B, Viets en Dubois en Ina Post. In dit college wordt ingegaan op manieren om druk uit te oefenen op de verdachte. Betoogd wordt dat politionele druk niet alleen leidt tot meer terechte bekentenissen, maar ook tot valse bekentenissen.

De laatste avond staat in het teken van tunnelvisie en alternatieve scenario’s. Stilgestaan wordt bij de wijze waarop het aanwezige bewijsmateriaal dient te worden gewogen. We staan stil bij de selectie en waardering van het bewijs, waarbij specifiek aandacht zal worden besteed aan het belang van alternatieve scenario’s. De bewijsmiddelen, die in de eerste twee colleges aan de orde zijn gekomen, staan centraal tijdens dit college.

Opzet

Prof. mr. dr. Rassin verzorgt drie avondcolleges waarbij wisselende onderwerpen zullen worden besproken op het snijvlak van de psychologie en het strafrecht.

Voorkennis

Enige strafrechtelijke praktijkervaring als raadsheer/rechter, advocaat-generaal/officier van justitie of juridisch ondersteuner.

Docent

  • prof. dr. mr. Eric Rassin

    Universitair hoofddocent

Data, locaties, beschikbaarheid

Kosten: voor leden ZM: € 180,00 voor leden OM: € 200,00

Stuur deze cursus door

  • Voor rio's: riobureau@ssr.nl