Nieuws

“We DO need education”

vrijdag 2 juni 2017

De bekende songtekst van Pink Floyd ‘We don’t need no education’ schalt door de luidsprekers van het Muntgebouw in Utrecht als Remco van Tooren het openingswoord neemt. Hij haakt – net als latere sprekers – met een knipoog in op de dubbele ontkenning in de tekst: “Wat Floyd ook bedoelde, wij zullen vanmiddag uitgaan van het motto ‘We do need education’. Geheel in de geest van mijn naaste collega en strijdster voor het belang van goed onderwijs Rosa Jansen, die met dit symposium afscheid neemt als voorzitter van het college van bestuur van SSR.”

Eerste- en tweedehands kennis

De energieke aftrap van het afscheidssymposium komt van Tjip de jong, adviseur - onderzoeker en schrijver op het vlak van Human Resource Development. “’Zijn we het leren verleerd?’, verwijs ik naar de titel van een recent blog dat Rosa Jansen schreef. Ja, zou je denken, als je weet dat we maar vijftien procent van de kennis die we via scholing opdoen, toepassen in ons werk. Een schokkend cijfer. Anderzijds zijn er gelukkig ook succesvolle manieren van leren.” De Jong maakt een onderscheid tussen eerstehands- en tweedehands kennis. “Tweedehands kennis wordt door een ander aan jou verteld, die vergeet je naar een tijd. Helaas bieden veel trainingen dit soort kennis. Eerstehands kennis ontdek je zelf. Door het zelf te doen of te bedenken. Dat onthoudt je veel beter.”


Ervaring centraal

De Jong beschrijft lachend het voorbeeld van zijn zoon, die van een muurtje sprong en pijnlijk ten val kwam. “Ik had nog zo gezegd dat het muurtje te hoog was, maar hij deed het toch. Wel heeft hij zelf het ontdekt hoe het zit en dus zal hij het niet snel vergeten.” In effectief leren staat de ervaring centraal, vindt de Jong, het testen van jouw idee van de werkelijkheid. Het niet precies halen van je PE-punten als rechter of officier van justitie, is volgens de Jong niet per se een ramp. “Zorg ervoor dat op het werk voldoende ruimte is om te leren”, bepleit hij. Dat zit hem soms in schijnbaar triviale zaken. “In bedrijven waar minder koffie wordt gedronken, en dus minder kennis wordt uitgewisseld, worden meer fouten gemaakt.” Ook een veilige leeromgeving is belangrijk. “Je moet vragen durven stellen. Anders word je anticiperend voorzichtig, bang om een reprimande te krijgen.” En ontwerp een leeractiviteit vooral samen met de doelgroep zelf, besluit hij. “Dus niet alleen met de afdeling HR of het opleidingsinstituut. Daar leert iedereen veel meer van.”

Ontmoeting met tekortkomingen

Hoogleraar Publiek Management Mirko Noordergraaf stelt met opzet de last van het leren centraal. “Leren wordt wat mij betreft te vaak voorgesteld als iets leuks. Dat schept valse verwachtingen. Ik ga het vooral hebben over de complicaties van leren, om daarna naar mogelijke oplossingen te kijken.” Noordegraaf lardeert zijn bijdrage met voorbeelden uit de rechtspraak, een wereld die hij goed kent, hij deed onder meer onderzoek naar professionele standaarden. “Leren is een ontmoeting met je tekortkomingen, dat is heel pijnlijk”, houdt hij de zaal voor. “Het delen daarvan kan schadelijk zijn voor je gezag.” Leren kost ook veel tijd en dat breekt op in tijden van hoge productiedruk binnen de rechterlijke macht, stelt Noordegraaf. Rechters en officieren zijn als het gaat om leren bovendien erg zaaksgericht: “Dat is alles wat telt. Terwijl de meeste lessen – bijvoorbeeld over zaakstromen of de maatschappelijke context - juist geleerd worden als je boven de individuele zaak uitstijgt.”


Maatschappelijke druk

Belemmerend voor leren werkt ook dat de rechterlijke macht een wereld is waar status en gezag cruciaal zijn, aldus Noordegraaf. “Je wilt richting justitiabelen en partijen zonder twijfel overkomen. Als je je kwetsbaar opstelt, boet je aan kracht in.” Daarnaast is de rechterlijke macht een verzameling van sterk zelfgestuurde professionele verbanden, net als ziekenhuizen en universiteiten. “Rechters en officieren bepalen hun eigen opleiding en sanctionering, er is weinig maatschappelijke druk.” Eén van de oplossingen die Noordegraaf suggereert, is daarom het opvoeren van deze maatschappelijke druk. “De rechterlijke macht mag er sterker op gewezen worden dat leren noodzakelijk is.” Ook in functioneringsgesprekken met magistraten mag leren vaker aan de orde komen. “En creëer via je eigen beroepsverbanden een voorhoede van een inspirerend leerklimaat.”

‘Onaantastbare’ professionals

Dat dit leerklimaat in de medische wereld vaste voet aan de grond heeft gekregen, laat chirurg en hoogleraar Kwaliteit van Zorg Job Kievit zien. In de jaren zeventig van de vorige eeuw waren artsen nog ‘onaantastbare’ professionals die geen fouten maakten. “In de jaren tachtig werd de dokter toetsbaar en ontstond evidente based medicine. Daarna nam de kwaliteitszorg een hoge vlucht.” In een razend tempo neemt Kievit vervolgens de dimensies en criteria door die borg staan voor goede professionele standaarden en kwaliteit in de medische wereld. “Jezelf continu toetsen en verbeteren is van groot belang”, houdt hij zijn gehoor voor. “En een arts of een rechter die professionele autonomie vertaalt als ‘Ik bepaal helemaal zelf wat ik doe’, heeft het totaal niet begrepen. Dat is eerder een vorm van willekeur of autisme.”


Voor de troepen uit

Tijdens de borrel wordt Rosa Jansen in diverse speeches met veel warmte en humor uitgezwaaid. “Iemand die de leiding nam, voor de troepen uit liep, positief was”, typeert Herma Rappa-Velt, lid Raad voor de Rechtspraak, Jansen. Een vernieuwde Rio-opleiding, succesvolle MD-trajecten, verschillende innovaties, de reeks wapenfeiten is zo lang dat Rappa-Velt zich afvraagt: “Slaap jij wel eens?”. Namens de Raad van Opdrachtgevers van SSR houdt Robine de Lange, rechtbankpresident in Rotterdam, een gloedvol verhaal vol persoonlijke anekdotes. “Jij hebt je ziel en zaligheid in SSR gelegd”, lacht ze Jansen toe. “We hebben zo vaak discussies gehad over de PE-normen. “We vonden dat allebei een fantastisch voorrecht.” SSR staat als een huis, memoreert De Lange, en, verwijzend naar Pink Floyd: “Jij was oneindig veel meer dan ‘just another brick in the wall. Je wás SSR.”

Ruimte

Diederik Greive, hoofdofficier bij het Parket-Generaal, houdt een hilarische speech met als rode draad een uitspraak die Rosa Jansen ooit tegen hem deed: ‘Ik ben een OM’er’. “Dat vond ik een hele boude bewering”, grijnst Greive. “Je was tenslotte een rechter.” Maar bij nader inzien moet hij toegeven dat er wel wat in zit. Jansen gaf veel aandacht voor het onderwijs in strafrecht’ en dat raakt aan het OM. “Je hebt je ook ingezet voor de nabestaanden van slachtoffers van misdrijven. Dat komt in de buurt.” Als persoon werd Jansen wel eens als ‘streng en bepalend ervaren’, stelt Greive. “Maar ik ken je juist als iemand die aan anderen veel ruimte gaf.” Die eigenschap herkent ook Conny Hendriksen, communicatieadviseur bij SSR. “Ik heb me bij jou altijd kunnen ontplooien.” Hendriksen biedt Jansen een bundeling van haar SSR-blogs aan. “Vaak gebaseerd op je persoonlijke ervaringen, altijd op zoek naar kennisdeling en vernieuwing.”


Trots

Het slotwoord is voor Rosa Jansen zelf. Haar negen jaar bij SSR waren ‘één groot feest’. Werken deed ze dag en nacht. “Ik snap niet dat mensen op hun werk om vijf uur plotseling hun pen uit hun handen kunnen laten vallen. Voor mij is het leven een doorlopende film, geen diaprojectie met allerlei fases.” Ze is trots op de dingen die ze bereikt heeft. Maar nog trotser op haar medewerkers. “Ik geef mijn mensen graag een compliment. Het belang daarvan wordt zwaar onderschat. De rechterlijke macht heeft wat dat betreft te veel een cultuur van oordelen en beoordelen.” Ze drukt haar mensen op het hart: “’’Verras me één keer per week. Kleur eens buiten de lijnen. Zo konden ze mij blij maken.”

 


Terug
Ssr.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Accepteren en sluiten