Introductie

De introductieperiode voor de assistent-officier van justitie in opleiding kent net als de Oio-opleiding een startperiode van ongeveer tien weken waarin kennis wordt gemaakt met het vak. Tijdens deze periode is het programma gebaseerd op een belasting van 32 uur per week. De eerste week is een intensieve startweek met overnachtingen, waarin de assistent-officier van justitie in opleiding kennis maakt met de kaders waarbinnen het OM opereert. Ook wordt er aandacht besteed aan drijfveren, morele dilemma’s en aan communicatiestijlen.

In de daaropvolgende weken volgt de assistent-officier in opleiding verschillende verplichte leeractiviteiten (met of zonder contactdag) van SSR. Gedurende deze periode wordt zowel op juridisch inhoudelijk vlak, alsook op het gebied van vaardigheden de basis gelegd voor het vak van assistent-officier van justitie. Er is in deze periode volop gelegenheid om -onder intensieve begeleiding en vrij van productiedruk- te oefenen. De introductieperiode wordt afgesloten met een proeve van bekwaamheid waarbij men, bij een positief resultaat, het ‘zittingsvaardigheidsbewijs’ behaalt. Dit bewijs moet gehaald worden om ter zitting te kunnen optreden en de opleiding te mogen vervolgen.

Leerwerkomgeving (LWO)

In de daaropvolgende maanden werkt de assistent-officier in opleiding in de leerwerkomgeving interventies/ZSM en wordt ongeveer twee dagen per twee weken besteed aan een SSR-leeractiviteit. In deze periode doet de assistent ervaring op met het staan op enkelvoudige politierechterzittingen. Daarnaast werkt de assistent bij ZSM en als parketsecretaris.

Afronding

Na een succesvolle afronding van de opleiding kan de betrokkene aan het werk als assistent-officier van justitie.

Sluiten