Bijzondere bijstand – SSR

Bijzondere bijstand

Krijg inzicht in de individuele en categoriale bijzonder bijstand zoals wettelijk vastgelegd in art. 35 Participatiewet

Vakgebied(en):
  • Cursuscode: BRZSBBIJ
  • Niveau: Basis
  • Aangeboden door: SSR
  • Eerste startmoment: di. 08-10-2019

Geschillen over de individuele bijzondere bijstand zijn talrijk. Interessante zaken kenmerken zich vaak door de kostensoort. Verder valt op dat het college vaak meent dat hem bij de beoordeling van aanvragen beoordelingsvrijheid of beleidsvrijheid toekomt terwijl het verlenen van bijzondere bijstand een gebonden bevoegdheid is. Voor het beantwoorden van de vraag of sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten dient de bestuursrechter zich in volle omvang een oordeel te vormen en is daarbij niet gehouden aan beleidsregels. Gelet op de gronden die rechtzoekende burgers aanvoeren blijkt ook dat er veel misverstanden lijken te bestaan over de vraag wanneer het college nu precies gehouden is om bijzondere bijstand te verlenen. Wat het beoordelen van geschillen niet eenvoudiger maakt, is dat veel gemeenten buitenwettelijk begunstigend beleid hanteren. Art. 35 Participatiewet (PW) is de wettelijke grondslag voor het verlenen van individuele en categoriale bijzondere bijstand.

Doel

Na het volgen van deze cursus bent u bekend met:

  • de juridische (beoordelings)kaders
  • de wijze van toetsing en
  • de belangrijkste jurisprudentie.

U kunt deze beschrijven en in de praktijk toepassen. Daarnaast bent u in staat de juistheid te beoordelen van een bestreden besluit.

Doelgroep

De cursus is bedoeld voor rechters, raadsheren, rechters-in-opleiding, juridisch medewerkers, stafjuristen en gerechtsauditeurs die met de behandeling van bijstandszaken zijn gestart of binnenkort zullen gaan starten.

Inhoud

De inhoud van de cursus is gebaseerd op de wettelijke structuur en behandelt daarom eerst de algemene voorwaarden van het recht op (bijzondere) bijstand. Veel procedures gaan over de voorliggende voorziening als bedoeld in art. 5 aanhef en onder e en art. 15 PW. Daarna komt de beoordeling van de aanvraag op grond van art. 35 PW aan bod. Allereerst moet de aanvraag tijdig zijn ingediend. Op systematische wijze komen de vier vragen aan bod die in art. 35 lid 1 PW liggen besloten. Dat gebeurt mede aan de hand van kostensoorten die zich in de rechtspraak frequent voordoen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen kostensoorten die als algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan worden aangemerkt en kostensoorten die daar niet onder vallen. Hoewel het recht op bijzondere bijstand is vastgesteld, kan het toch zijn dat de aanvrager de kosten zelf moet dragen op grond van de zogeheten draagkrachtregels. Na de vaststelling van het recht kan het college overgaan tot het vaststellen van de hoogte en pas daarna in welke vorm de bijzondere bijstand dient te worden verleend. De Participatiewet kent daarvoor een limitatief stelsel.

Opzet

De cursus bestaat uit een dagdeel. Inleidingen worden afgewisseld met stellingen en korte casusposities. Binnen het programma is voldoende ruimte voor het stellen van vragen en het voorleggen van eigen praktijksituaties.

Voorkennis

Voor het volgen van deze cursus wordt basiskennis van de Participatiewet als bekend verondersteld. Mocht u daar (nog) niet over beschikken dan is het aan te raden eerst de introductiecursus Participatiewet – cursuscode BRRRWWEB – te volgen.

Data, locaties, beschikbaarheid

Kosten: voor leden ZM: € 110,00

Locatie

Jaarbeurs Utrecht - Beatrixgebouw

Jaarbeursplein 6

3521 AL Utrecht

Plan uw route

Docent

mevrouw Ingeborg Lunenburg

Stuur deze cursus door