Introductie

Tijdens de ongeveer tien weken durende introductieperiode maakt de officier van justitie in opleiding (Oio) kennis met het vak. In deze periode volgen de Oio’s van dezelfde lichting alle activiteiten gezamenlijk. Het programma is hierbij gebaseerd op een belasting van 32 uur per week. Tijdens de vier dagen durende startweek (met overnachtingen) maakt men uitgebreid kennis met de organisatie en verschillende collega’s binnen het OM, waaronder een aantal leden van het College van Procureurs-Generaal. Verder wordt in deze week aandacht besteed aan onderwerpen buiten het primaire proces zoals drijfveren, magistratelijkheid, ethiek en integriteit. Ook wordt tijdens deze week aandacht besteed aan verschillende leerstijlen en leervoorkeuren.

In de daaropvolgende weken volgt de Oio veel verplichte SSR-leeractiviteiten (met of zonder contactdag). Gedurende deze periode wordt, zowel op juridisch inhoudelijk vlak, als op het gebied van vaardigheden, de basis gelegd voor het vak. Er is in deze periode volop gelegenheid om – onder intensieve begeleiding en vrij van productiedruk – te oefenen. De introductieperiode wordt afgesloten met een proeve van bekwaamheid waarin men, bij een positief resultaat, het zittingsvaardigheidsbewijs (ZVB) behaalt. Dit bewijs moet gehaald worden om ter zitting te kunnen optreden en de opleiding te mogen vervolgen. Aan het eind van de introductieperiode maakt de Oio het persoonlijk opleidingsplan (POP) waarin de te doorlopen leerwerkomgevingen en duur daarvan zijn opgenomen.

Leerwerkomgeving (LWO)

Na de introductieperiode doorloopt iedere officier van justitie in opleiding, op basis van het in het POP vastgestelde maatwerkprogramma, de verschillende leerwerkomgevingen (LWO’s). In totaal betreft dit een periode van minimaal achttien maanden en maximaal vier jaar. De Oio kan werkzaam zijn bij de volgende leer-werkomgevingen: de afdeling interventies (Parket/ ZSM), de onderzoeksomgeving, bij een Ressortsparket en bij de rechtbank (als griffier en/of als rechter-plaatsvervanger). Ook een stage bij een externe organisatie, zoals de politie of de advocatuur, kan onderdeel uitmaken van het programma.

In een leerdoelengesprek stemt de Oio met de coördinerend opleider en de praktijkbegeleider af wat het programma en de persoonlijke leerdoelen in de LWO zullen zijn. Dit gesprek vindt plaats voorafgaand aan de start in elke LWO. Tijdens de periode waarin de Oio werkzaam is in een leerwerkomgeving, volgt hij of zij de bij die LWO behorende leeractiviteiten die voor hem of haar relevant zijn.

Brede blik

Gedurende de hele vervolgfase volgt de Oio gezamenlijk met zijn of haar lichtingsgenoten ook verplichte intervisiebijeenkomsten en activiteiten in het kader van de ‘Brede blik’. Dit zijn activiteiten die de Oio faciliteren bij het ontwikkelen van leerwerkomgeving overstijgende aspecten van het vak zoals integriteit, magistratelijkheid en maatschappelijke positie.

Beoordeling

De Oio houdt gedurende de opleiding een digitaal portfolio bij. Dit portfolio is een afspiegeling van de werkzaamheden en de gevolgde opleiding en dient als basis voor de beoordeling. Deze beoordeling vindt op een in het POP bepaald moment tussentijds plaats en aan het einde van de opleiding. Bij een positieve eindbeoordeling volgt een benoeming tot officier van justitie. Verdere informatie over de beoordeling en het beoordelingsreglement is voor hen die in opleiding zijn, of daarbij betrokken zijn, te vinden op het Oio-portaal.

Sluiten