Wet maatschappelijke ondersteuning – SSR

Wet maatschappelijke ondersteuning

Een degelijke kennismaking met de Wmo 2015

Vakgebied(en):
  • Cursuscode: BRZSWMSO
  • Niveau: Basis
  • Aangeboden door: SSR
  • Eerste startmoment: wo. 13-11-2019

De Wmo 2015 is bijna vier jaar van kracht en heeft al veel jurisprudentie voortgebracht. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat de verplichtingen van de Wmo 2015 zeker niet minder ver reiken dan de compensatieverplichting van art. 4 Wmo. De Centrale Raad van Beroep heeft een aantal belangrijke (richtinggevende) uitspraken op grond van de Wmo 2015 gedaan.

De Raad oordeelt dat het gemeentebestuur een grote beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van de Wmo 2015. Beleidskeuzen van de gemeenteraad en – binnen de daarvoor gestelde grenzen – door het college zijn voor de bestuursrechter een gegeven, die (in principe) slechts terughoudend kunnen worden getoetst. De bedoelde beleidsvrijheid bij het verlenen van maatwerkvoorzieningen vindt in ieder geval zijn grens in art. 2.3.5 lid 3 Wmo 2015. Dat artikel bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt zodat die zo lang mogelijk in zijn leefomgeving kan blijven.

De Raad heeft zich ook uitgelaten over de vraag waar een onderzoek van de gemeente aan moet voldoen als de cliënt zich meldt met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Daarbij staat de Wmo 2015 er niet aan in de weg om dat onderzoek door derden te laten verrichten. Het college moet zich dan wel vergewissen dat het onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

In een andere belangwekkende uitspraak oordeelt de Raad dat een maatwerkvoorziening ook een financiële maatwerkvoorziening kan inhouden waarvan de hoogte een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt. Hiermee is duidelijk geworden dat de vergoeding voor het gebruik van de eigen auto en de verhuiskostenvergoeding onder de Wmo 2015 blijven bestaan.

De vragen over de uitvoering van de Wmo 2015 zijn nog niet allemaal beantwoord. Daarover zal de Raad zich de komende tijd zeker nog uitlaten.

Doel

Opdoen van voldoende kennis van- en inzicht in de systematiek van de Wmo 2015 om basale rechtsvragen over de Wmo 2015 te kunnen beantwoorden. Na de cursus kunt u de juistheid van een (niet al te complex) bestreden besluit beoordelen aan de hand van de beroepsgronden, volgens welk toetsingskader dat gebeurt en welke toetsingsmaatstaven gelden.

Doelgroep

Rechters, raadsheren, rio’s, juridisch medewerkers en stafjuristen.

Inhoud

Tijdens de cursus wordt de systematiek van melding tot de beslissing op de aanvraag behandeld en tevens de daarop gebaseerde rechtspraak. Daarbij komt ook de afbakening met andere wetten aan bod. De wettelijke opdrachten en/of bevoegdheden van het gemeentebestuur, de verordening, nadere regels en beleidsregels staan daarbij centraal. Aanspraak, recht en hoogte van het een persoonsgebonden budget worden als apart onderwerp behandeld.

Opzet

De cursus bestaat uit twee aaneengesloten dagdelen en kenmerkt zich door een interactieve benadering van de inhoud. De docenten gaan in op casuïstiek die gebaseerd is op de uitvoeringspraktijk van gemeenten en/of actuele rechtspraak. Er bestaat ook ruimschoots de gelegenheid om eigen casuïstiek in te brengen.

Voorkennis

Enige kennis en ervaring met dossiers op grond van de Wmo 2015 is vereist.

Docenten

  • mr. dr. Matthijs Vermaat

    Advocaat

  • mr. Erik Klein Egelink

    Senior rechter

  • mevrouw Ingeborg Lunenburg

    Opleider en adviseur

Data, locaties, beschikbaarheid

Kosten: voor leden ZM: € 255,00

Stuur deze cursus door

  • Voor rio's: riobureau@ssr.nl