Master strafrechtelijk bewijs – SSR

Master strafrechtelijk bewijs

Redeneren met bewijs: van individuele bewijsmiddelen tot bewijsbeslissing

Vakgebied(en):
  • Cursuscode: SRRMMSRB
  • Niveau: Master
  • Aangeboden door: SSR
  • Eerste startmoment: vr. 24-01-2020

Tijdens deze master staat het redeneren met bewijs centraal. De selectie en de waardering van het bewijs in concrete strafzaken vormen het kernthema. In het bijzonder wordt ingegaan op de sprong van de waardering van individuele bewijsmiddelen naar een beslissing. Hierbij zal tevens aandacht worden besteed aan het Bayesiaans redeneren en het redeneren met behulp van alternatieve scenario’s. Wissel van gedachten met ervaren vakgenoten en de sprekers over dit thema, aan de hand van concrete casuïstiek en stellingen. Bediscussieer wat de rol van het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak is, dan wel zou moeten zijn, bij het selecteren en het waarderen van het bewijs in een strafzaak en reflecteer hierbij op uw eigen praktijk.

Doel

Na het volgen van deze master heeft u meer inzicht in de valkuilen bij het redeneren met bewijs en handvatten om de bewijsbeslissing op rationele wijze vorm te geven.

 

Doelgroep

Deze master is in het bijzonder interessant voor zeer ervaren magistraten.

Inhoud

Tijdens deze dag wordt gestreefd naar het slaan van een brug tussen de inzichten uit andere disciplines, zoals de rechtspsychologie en de statistiek, en het bewijsrecht voor wat betreft de waardering en selectie van bewijs.

In het ochtenddeel zal na een inleiding op de aard van de bewijsbeslissing en de ontwikkelingen op het terrein van het bewijsrecht, nader worden gereflecteerd op bewijstheorieën, aangedragen vanuit andere disciplines, in het bijzonder het redeneren in termen van scenario’s en het Bayesiaanse denkraam. Het betreft vooral een nadere duiding van die theorieën in relatie tot het recht (en dus niet een gedetailleerde uiteenzetting van de inhoud daarvan).

In het middagdeel zal met de groep een aantal veel voorkomende redeneerfouten worden geadresseerd en een tweetal zaken zal worden besproken, die cursisten voorafgaand aan de bijeenkomst dienen te bestuderen. Voorts zal een aantal thema’s, relevant voor het redeneren met bewijs, nader worden uitgelicht. Daarbij valt onder meer te denken aan de rol van de rechterlijke overtuiging, de functie van de bewijsminima en de omgang met alternatieve scenario’s.

Tijdens de dag zal tevens worden gerefereerd aan de plannen van de (ontwerp)wetgever aangaande de inrichting van de bewijsregeling in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.

In de cursus wordt niet zozeer ingegaan op de problemen die spelen bij de waardering van individuele bewijsmiddelen (zoals de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen of bepaalde soorten technisch bewijs). Het accent ligt op het redeneren met bewijs: Hoe moet bewijsmateriaal (in zijn algemeenheid) worden gewogen en in onderling verband worden bezien om te komen tot een beslissing? Daarbij is ruimschoots aandacht voor de valkuilen en problemen waarmee men zich in de praktijk geconfronteerd ziet.

Opzet

Deze leeractiviteit bestaat uit een deel voorbereiding via MIJN SSR (0,5 dag) en een bijeenkomst (1 dag).

Tijdens de master staan het redeneren met bewijs en de betekenis van de inzichten uit andere disciplines voor het nemen van de bewijsbeslissing centraal.

Een aantal concrete casus zal met de deelnemers aan de master worden besproken.

Voorkennis

Deelnemers worden verondersteld over een grondige kennis van het bewijsrecht te beschikken. De bewijsregels, zoals die uit wet en jurisprudentie voortvloeien, zullen om die reden niet afzonderlijk worden besproken. Het doel van de cursus is vooral om met elkaar in gesprek te gaan over het proces van beslissen, de vraag hoe het recht daaraan kan bijdragen en te bezien waar winst valt te behalen voor de kwaliteit van de bewijsbeslissing. Deelnemers worden daarbij uitdrukkelijk gevraagd te reflecteren op hun eigen praktijk.

Deze master vormt het sluitstuk van de leerlijn strafrechtelijk bewijs en is hiermee het vervolg op:

  • ‘Strafrechtelijk bewijs – SRRSSTBW’
  • ‘Strafrechtelijk bewijs II – SRRMVSBW’

De materie, die in deze leeractiviteiten aan bod komt, wordt als bekend verondersteld.

Docenten

  • mr. Diederik Aben

    Advocaat-generaal

  • mw. mr. dr. Marieke Dubelaar

    Universitair hoofddocent — Radboud Universiteit / St. Katholieke Universiteit

Data, locaties, beschikbaarheid

Kosten: voor leden OM: € 200,00

Stuur deze cursus door